Vaardigheden
Steken, naden, spanning, stof, garen en gereedschap: de basis die onder elk project ligt. Dit zijn de stukken die ik zelf had willen lezen toen ik begon — zonder aannames over wat je al hebt geleerd.
-
Handsteken: welke steek waarvoor
Rijgsteek, stiksteek, achtersteek en laddersteek: het zijn er vier die je echt nodig hebt. Ik laat zien waar elke steek goed voor is en waar hij juist niet werkt.
-
De naaimachine bedienen: van draad tot eerste stiksel
Inrijgen, de spoel opzetten, de spanning instellen en de eerste rechte naad. Alles wat je wilt weten voordat je aan een echt werkstuk begint.
-
Naden en naadbreedte
Waarom een naadbreedte van 1 cm bijna nooit klopt, en wat je doet met dikke stof, hoeken en het vastzetten van begin en einde.
-
Garen kiezen: dikte, vezel en kleur
Garen moet bij de stof passen, niet bij de verf op je muur. Zo kies je een garen dat de naad overleeft en niet knapt zodra je eroverheen strijkt.
-
Naalden kiezen: maat, punt en vervangen
Een botte naald kost je stof, niet alleen geduld. Hier staat welke maat bij welke stof hoort en waaraan je merkt dat hij aan vervanging toe is.
-
Stoffen herkennen aan hun gedrag
Katoen, linnen, wol, tricot en mengvormen: je herkent ze niet aan het etiket maar aan hoe ze vallen, rekken en rafelen in je hand.
-
Stof wassen voordat je knipt
De keer dat ik een rok knipte uit stof die nog niet gewassen was, zit nog in mijn hoofd. Zo krimp je stof vóór het knippen — en daar hoort meer bij dan alleen water.
-
Spelden, rijgen en passen
Spelden zetten is geen tekenen maar tijdelijk vasthouden. Rijgen doe je waar een speld niet genoeg is — en dat is vaker dan je denkt.
-
Strijken hoort bij het naaien, niet erna
Een naad die je niet strijkt, blijft scheef zitten. Ik strijk na elke stap, en dat is de belangrijkste reden dat mijn naden recht zijn.
-
Meten en aftekenen op stof
Een meetlint dat rekt, een potlood dat niet uitwasbaar is, een krijtje dat verdwijnt: het gereedschap om te meten gaat sneller fout dan de naad zelf.
-
De draadspanning van je machine afstellen
Lusjes aan de onderkant of juist aan de bovenkant: bijna altijd spanning, bijna nooit de machine. Zo lees je het proefstukje en zo stel je bij.
-
De machine schoonmaken en smeren
Pluis, stofvlokken en een druppel olie: vijf minuten onderhoud per maand scheelt je een reparatie per jaar. De stekker gaat er altijd eerst uit.
-
Een naad tornen zonder de stof te beschadigen
Tornen is het werk dat niemand leuk vindt en iedereen te snel doet. Met het juiste mesje en de juiste hoek houd je de stof heel.
-
Bies maken en aanzetten
Bies is de nette manier om een rand af te werken. Zelf maken kost tien minuten en precies één strook stof die op de draadrichting is geknipt.
-
Knippen volgens de draadrichting
Knip je een stukje naast de draadrichting, dan trekt het kledingstuk scheef en gaat het lubberen. Zo vind je de richting op elke stof.