Start › Vaardigheden › Meten en aftekenen op stof
Meten en aftekenen op stof
Mijn meetlint legde ik ooit naast de rolmaat en er zat bijna een halve centimeter verschil tussen. Voordat ik op tafel ga meten, zet ik de naald van de machine naar beneden en leg ik schaar en tornmesje weg, anders ligt er iets scherps naast de lap. Sinds dat verschil meet ik alles wat langer is dan een mouw met de rolmaat en gebruik ik het lint alleen waar ik om een bocht heen moet. Op de Brink koop ik bij de stoffenkraam nog steeds het liefst een lap die ik eerst zelf opmeet voordat ik thuis aan het rekenen sla.
Kort samengevat
- Leg je meetgereedschap naast elkaar voordat je begint; een lint dat jaren in een la lag, is langer geworden dan het hoort te zijn.
- Meet altijd vanaf dezelfde rand en schrijf op welke rand dat was, anders kloppen twee maten niet op elkaar.
- Teken af met krijt of een uitwasbaar potlood en nooit met een gewone pen.
- Tel de centimeters hardop mee; bij een lap van 200 cm raak ik anders de tel kwijt.
- Knip naast de lijn en laat de lijn bij de afvalrand, zodat er nog iets te corrigeren valt.
Wat er misgaat voordat je knipt
Een naad die scheef loopt, komt zelden van de machine. Meestal begon de fout bij het meten, een halve meter eerder. Een meetlint is van zacht materiaal en rekt als je eraan trekt; een rolmaat is van staal en blijft op lengte. Ik gebruik daarom de rolmaat voor alles wat recht is en het lint alleen waar ik om een bocht heen moet, zoals bij een armsgat of een hals.
Dat verschil lijkt klein tot je een lange zoom aftekent en er aan het einde 2 cm naast zit. Bij een broek kun je dat nog wegwerken, bij een voering niet. Ik heb daarom één vaste volgorde: eerst meten, dan opschrijven, dan pas aftekenen.
Het gereedschap waarmee ik afteken
Ik teken af met een kleermakerskrijtje of met een potlood dat uitwasbaar is, nooit met een gewone pen. Inkt trekt in de vezel en komt er bij het strijken niet meer uit; ik heb een keer een streeplijn midden over de voorkant van een jurk gehad die pas na vier wasbeurten vaag werd.
Op donkere stof zie je krijt slecht en op lichte stof zie je een wit krijtje juist te goed. Bij twijfel gebruik ik een rijgdraadje in een afwijkende kleur, want dat gaat er zo weer uit en laat geen spoor achter. Voor rechte lijnen langs een rand leg ik een liniaal of een stuk karton op de stof en teken ik langs de rand, met het potlood rechtop in plaats van schuin.
Vanaf welke rand je meet
Een van de meestgemaakte fouten is niet het meten zelf, maar het vertrekpunt. Meet je de ene pijp vanaf de onderrand en de andere vanaf de taille, dan krijg je twee maten die niet bij elkaar passen ook al heb je eerlijk gemeten. Ik zet een speld op het punt waar ik begin en meet altijd vanaf die speld.
Bij een bestaand kledingstuk meet ik liever vanaf een naad dan vanaf een rand. Een rand kan rafelen of scheef geknipt zijn; een naad is een vast punt in het kledingstuk. Zo weet ik zeker dat de mouw die ik inkort, aan beide kanten even ver van de schoudernaad af zit.
Stof die rekt en stof die krimpt
Een maat op een rolmaat is niet hetzelfde als een maat op tricot. Rekbare stof loopt onder je handen uit: je legt 30 cm af, maar tegen de tijd dat je knipt is het 32 cm. Ik meet tricot daarom losjes, zonder te trekken, en speld de stof eerst op een vlakke tafel vast.
De andere kant is krimp. Katoen en linnen kunnen bij de eerste was een paar procent smaller worden. Teken ik een maat af op stof die nog niet gewassen is, dan teken ik af op een maat die na de eerste wasbeurt niet meer bestaat. Sinds 2006 gaat bij mij elke lap eerst door de was, ook als het label iets anders zegt.
Meten aan een mens
Als ik iets inneem voor iemand anders, meet ik niet alleen het kledingstuk maar ook de persoon. Om de taille leg ik het lint losjes, met één vinger eronder, en ik laat gewoon ademen tijdens het meten. Een taille die je strak meet, zit straks te strak, want een mens is geen pop.
Ik schrijf elke maat meteen op een briefje, met de datum erbij. Een maand later weet ik echt niet meer of die 84 cm de taille was of de heup. Dat briefje bewaar ik in dezelfde koekjestrommel als mijn spelden en mijn tornmesje, want dat is de enige plek waar ik het terugvind.
Rekenen op papier, tekenen op stof
Als ik iets zelf maak, teken ik het model op restpapier, op de achterkant van een oude kalender. Ik neem nooit een patroon over dat ik ergens heb gezien; dat is niet mijn werk en het valt ook nooit precies op mijn maat. Ik meet de maten op, teken ze uit op papier en knip het papieren model eerst uit om het tegen de stof te leggen.
Op papier kun je een fout nog uitgummen, op stof niet. Ik ben geen coupeuse of kleermaker; ik werk in de bibliotheek en naai thuis, aan mijn eigen kast en die van mijn gezin. Daarom doet mijn rekenwerk op papier en zet ik op de stof alleen de lijnen die ik echt nodig heb.
Wat er vaak misgaat
- Meten met een meetlint dat jaren in een la lag en uitgerekt is; leg het naast een rolmaat voordat je erop vertrouwt.
- Aftekenen met een balpen of stift, waardoor de lijn ook na het strijken in de stof blijft zitten.
- De ene keer vanaf de onderrand meten en de andere keer vanaf de taille, en dan denken dat de maten eerlijk zijn.
- Trekken aan rekbare stof tijdens het meten; wat je meet is dan niet wat je knipt.
- Een krimpgevoelige lap aftekenen voordat hij gewassen is, en je verbazen over een maat die na één wasbeurt verdwijnt.