Start › Stof en garen
Stof en garen
Een kledingstuk begint niet bij het patroon maar bij de stof. Hoe een stof valt, rekt, rafelt en krimpt, bepaalt welke naad erin past en hoe het er na drie wasbeurten uitziet.
Ik heb ooit een rok geknipt uit katoen dat ik niet eerst had gewassen. Na de eerste wasbeurt was hij een maat kleiner en golfde de zoom, alsof er iets mis was met mijn machine. Er was niets mis met mijn machine. Sindsdien gaat elke stof die ik koop eerst door de was, ook als het etiket zegt dat het niet nodig is.
Stoffen herken je niet aan het etiket maar aan hun gedrag: of ze meerekten, of ze rafelen, of ze kreuken als je ze in je hand houdt. Hier staat wat ik weet over katoen, linnen, wol, tricot en mengvormen, en hoe je garen kiest dat bij de stof past in plaats van bij de kleur.
Alles in deze rubriek
-
Garen kiezen: dikte, vezel en kleur
Garen moet bij de stof passen, niet bij de verf op je muur. Zo kies je een garen dat de naad overleeft en niet knapt zodra je eroverheen strijkt.
-
Stoffen herkennen aan hun gedrag
Katoen, linnen, wol, tricot en mengvormen: je herkent ze niet aan het etiket maar aan hoe ze vallen, rekken en rafelen in je hand.
-
Stof wassen voordat je knipt
De keer dat ik een rok knipte uit stof die nog niet gewassen was, zit nog in mijn hoofd. Zo krimp je stof vóór het knippen — en daar hoort meer bij dan alleen water.
-
Knippen volgens de draadrichting
Knip je een stukje naast de draadrichting, dan trekt het kledingstuk scheef en gaat het lubberen. Zo vind je de richting op elke stof.