StartVaardigheden › Stof wassen voordat je knipt

Stof wassen voordat je knipt

In 2006 knipte ik een rok uit katoen dat ik niet eerst had gewassen, en hij paste precies. Na één wasbeurt was de rok een maat kleiner en golfde de onderrand als een gordijn in de wind. Sinds dat jaar gaat bij mij elke lap stof eerst door de was, ook als het label zegt dat het niet hoeft.

Stof wassen voordat je knipt
Een lap katoen die in een emaille teil met water ligt te weken, op een betegelde vloer.

Kort samengevat

Waarom wassen vóór het knippen

Stof die je koopt is nog niet klaar. In de weverij en bij het verven is de stof uitgerekt en voorzien van een laagje dat hem glad en stijf houdt. Dat laagje verdwijnt bij de eerste wasbeurt, en dan trekken de draden terug naar hun natuurlijke lengte. Dat is krimp, en die krimp komt er of in de lap op de plank of in je kledingstuk.

Je hebt geen keus of de stof krimpt, alleen wanneer. Was je hem voor het knippen, dan krimpt de lap en kun je daarna op maat werken. Was je hem pas als het kledingstuk klaar is, dan krimpt het kledingstuk zelf, maar de naden krimpen mee op hun eigen manier en het geheel trekt scheef. Bij mij gebeurde in 2006 precies dat: de zijnaden bleven op hun plek, het midden van de rok niet, en de onderrand ging golven omdat de zoom bij het knippen al op lengte was gemaakt.

Wassen zoals je het kledingstuk later draagt

Was de stof precies zoals het kledingstuk later gewassen wordt. Niet voorzichtiger en niet heter. Was je de lap op 60 graden en draag je het kledingstuk straks op 30, dan heb je krimp uit de stof gehaald die er nooit in had gezeten en krimpt het kledingstuk bij de tweede beurt opnieuw. Was je de lap juist kouder dan je hem draagt, dan zit de rek er nog in als het kledingstuk al in de kast hangt.

Ik doe hetzelfde programma als later: dezelfde temperatuur, dezelfde hoeveelheid wasmiddel en dezelfde centrifuge. Bij wol en bij kasjmier blijft het bij de handwas in lauw water met een klein beetje middel, en dan plat laten drogen. Een weekmiddel gebruik ik niet, want dat haalt de vezel open en dan wordt de stof pluizig.

Het proeflapje: meten voor en na

Als ik twijfel, knip ik eerst een vierkant van 20 bij 20 cm af, meet dat op, was het en meet het daarna opnieuw. Zit er meer dan een halve centimeter verschil in de breedte of de lengte, dan reken ik extra stof. Bij katoen gaat het meestal om een paar procent, bij linnen en bij los geweven stof kan het meer zijn, en bij tricot krimpt de ene richting meer dan de andere.

Op dat proeflapje zie ik ook meteen of de kleur afgeeft. Ik leg het nat op een witte theedoek en kijk wat er achterblijft. Komt er een vlek, dan was ik de hele lap de eerste keer apart, op zijn eigen temperatuur, en doe ik hem pas daarna bij de rest van de was.

Hard water en kalk in de vezel

Het water hier in Deventer is hard, en dat merk je aan de was. Kalk zet zich in de vezel vast, de stof voelt na het drogen stugger, en donkere stof krijgt een lichte sluier als er te weinig is gespoeld. Ik doe een scheutje azijn in het vakje van de laatste spoelbeurt, dat houdt de kalk losser, en ik zet de machine op een extra spoelgang als er een donkere lap in zit.

Azijn is geen wondermiddel en ik overdrijf er niet mee, want te veel zuur is ook niet goed voor de vezel en voor de rubberen delen van de machine. Een eetlepel op een volle trommel is bij mij de maat. Wat niet werkt: de stof een nacht in kalkrijk water laten staan, want dan droogt de kalk juist in de vezel vast.

Drogen, afkoelen en dan pas meten

Meet nooit een natte lap. Natte stof is langer en zwaarder dan droge, dus wie nat knipt, knipt te ruim. Ik laat de lap aan de lijn drogen, buiten model: niet aan één punt opgehangen, maar over twee lijnen of plat op een droogrek. Zo blijft de lap ongeveer de vorm houden die hij op de rol had.

De droger gebruik ik alleen voor stof die later ook in de droger gaat. Nat uit de machine en warm de droger in, dat krimpt het hardst van alles. Laat de lap daarna helemaal afkoelen voordat je gaat meten of strijken, want warme stof rekt nog na zodra je eraan trekt.

Stoffen die je beter niet wast

Niet elke stof kan door de was. Wol met een viltige afwerking, zijde met een coating en stof met een kunststof laagje aan de achterkant gaan niet krimpen maar vervilten of bladderen. Voor die stoffen strijk ik alleen met veel stoom en laat ik de lap een dag plat liggen, zodat de spanning er een beetje uitgaat.

Wil je dat ook niet, dan kun je nog steeds knippen zonder te wassen: reken dan extra ruimte bij alle naden en maak de zoom zo dat je hem later kunt uitleggen. Ik ben geen coupeuse of kleermaker; ik werk in de bibliotheek en naai thuis, aan mijn eigen kast en die van mijn gezin. Ik kies er dan voor om het model een maat ruimer te knippen in plaats van te hopen dat het goed gaat.

Wat er vaak misgaat