Over mij
Naaihandboek is een privéproject van Marieke Bosman — bibliotheekmedewerker, geen coupeuse — uit een klein achterkamertje in Deventer.
Ik heet Marieke Bosman, ben geboren in 1973 en werk in de bibliotheek. “Ik ben geen coupeuse of kleermaker.” Ik zeg het maar meteen, want het is de belangrijkste zin op deze hele site: ik werk tussen de boeken en ik naai thuis, zoals mensen dat al generaties doen. Wat hier staat is ervaring uit mijn eigen achterkamer — met een koude noordkant, hard kraanwater en stof dat ik op de markt koop. Alles wat ik niet kan, schrijf ik niet op.
Mijn machine kocht ik in 2004 tweedehands; hij komt uit 1998 en heeft geen enkele luxe functie. Geen automatische knoopsgaten, geen siersteken, geen display. Wat hij wel heeft: een naald, een spoel en een spanning die ik zelf moet instellen. Ik heb hem nooit weggebracht en nooit laten repareren, en dat komt door één gewoonte — elke maand de plaat eraf, alles schoon, een druppel olie. Meer niet.
In 2006 knipte ik een rok uit katoen dat ik niet eerst had gewassen. Na de eerste wasbeurt was hij een maat kleiner en golfde de zoom. Ik heb toen een week gedacht dat mijn machine scheef stikte. Er was niets mis met mijn machine. Sindsdien gaat elke stof eerst door de was, ook als het etiket iets anders beweert.
In 2014 wilde ik de rits van mijn winterjas vervangen. Ik naaide hem vast met de twee voorpanden er nog tussen, en de jas zat muurvast. Ik heb die avond drie uur getornd en de volgende ochtend de rits alsnog opnieuw gedaan — ditmaal met een rijgsteek als proef, zodat ik hem kon openen voordat hij definitief vastzat. Die rijgsteek doe ik nu altijd.
In 2019 kocht ik op de markt een paar oude garenklosjes. Ik gebruikte er één voor het hengsel van een canvas tas, en twee weken later knapte het hengsel er midden op straat af. Het garen was bros geworden van ouderdom. Nu trek ik bij elk oud klosje eerst een stukje tussen mijn vingers uit elkaar; breekt het meteen, dan gaat het weg.
Waarom heet het naaihandboek.com? Omdat het dat is: een handboek dat ik zelf had willen hebben toen ik begon — geen patronen, geen merken, maar de volgorde en de gewoonten die het werk voorspelbaar maken.
Waarom in het Nederlands? Omdat de meeste uitleg die ik online vind uit het Engels komt, met maten die hier niemand gebruikt, stoffen die hier niet in de winkel liggen en machines die niet lijken op wat ik hier op de markt vind. Ik schrijf in het Nederlands, met centimeters en met stof dat je hier echt kunt kopen.
En er geldt altijd één grens: ik schrijf over naald en draad, niet over huid en gezondheid. Vragen over allergie of huidirritatie horen bij een arts, niet bij een naaisite.
Wat je op deze site vindt
- Een vaste volgorde bij elke klus: eerst kijken, dan rijgen, dan pas definitief stikken.
- Getallen uit mijn eigen kamer: 1 cm als standaard naadbreedte, 15–16 °C in de winter, en een machine uit 1998 zonder extra functies.
- Ik schrijf ook op wat er misging — de rok uit 2006, de jas uit 2014 en de garenklosjes uit 2019.
- Geen aanbevelingen van merken of modellen. Het gaat om wat voor iedereen gelijk is: stof, garen, spanning en geduld.
- Heldere grenzen: ik schrijf niet over huid, allergie of gezondheid — dat hoort bij een arts.