Start › Vaardigheden › Spelden, rijgen en passen
Spelden, rijgen en passen
Voordat ik ga zitten, gaat hier altijd eerst het deksel van het speldenbakje open en leg ik het speldenkussen naast de machine; ik loop in huis op sokken en een speld op de vloer van het achterkamertje wil ik niet. In de loop van de jaren heb ik geleerd dat spelden en rijgen twee verschillende dingen zijn, en dat het misgaat zodra je ze door elkaar haalt.
Kort samengevat
- Spelden houden tijdelijk vast; aftekenen doe je met krijt of een rijgsteek, niet met een speld.
- Zet spelden dwars op de naad, om de 5 tot 7 cm, en dichter bij elkaar bij gladde of rekbare stof.
- Rijg lange, ronde en gladde naden eerst met de hand voor; dat kost een kwartier en bespaart een avond tornen.
- Zet een rijgdraad los, zonder knopen en zonder aantrekken, en neem steken van ongeveer 5 mm.
- Pas voordat je knipt, beweeg erbij zoals je het kledingstuk gaat dragen, en knip pas de volgende dag.
Spelden houden vast, ze tekenen niet af
Een speld is geen potlood. Hij houdt twee lagen stof tijdelijk bij elkaar en verder niets. Wie een speld gebruikt om een plek aan te geven waar later een naad moet komen, zoekt later naar een gaatje dat allang weer is dichtgetrokken. Aftekenen doe je met krijt of met een rijgsteek; vasthouden doe je met spelden.
Spelden laten ook een gaatje achter. In dikke katoen verdwijnt dat bij het strijken, in fijne zijde en in dunne tricot blijft het staan. Daar neem ik lange, dunne spelden en zet ik ze binnen de naadbreedte, niet in het deel van de stof dat straks van buiten te zien is.
Hoe je spelden zet
Ik zet spelden dwars op de naad die ik ga stikken, nooit in de naad zelf. De punt steekt naar de kant waar de machine het laatst komt, zodat ik hem onderweg eruit kan trekken zonder met mijn hand voor de naald te komen. Om de 5 tot 7 cm is bij gewone katoen genoeg; bij gladde of rekbare stof zet ik ze om de 3 cm.
Bij ronde naden, zoals een armsgat of een halsrand, wordt de afstand klein en zijn spelden niet meer dan een hulpmiddel. Daar loopt de ene rand nu eenmaal langer langs de andere en moet je de stof eerst gelijk krijgen. Dat doe je met een rijgdraad, niet met tien spelden.
Rijgen: wanneer het loont
Rijgen is een naad met de hand voorzetten, met lange steken en een dunne draad, zodat je hem zo weer uit kunt halen. Het kost tijd, maar er zijn plekken waar het die tijd dubbel terugbetaalt: lange naden, stof die glad is of schuift, ronde naden, en alles wat je nog wilt kunnen verstellen.
Sinds 2014 rijg ik een rits altijd eerst. In dat jaar zette ik een nieuwe rits in een jas en stikte hem met de twee randjes eromheen in één keer vast; het geheel zat muurvast en de rits wilde niet meer open. Ik heb die avond tot laat met een mesje alles weer losgehaald. Twee minuten rijgen had me die avond bespaard.
Rijgen zonder putjes
Een rijgdraad zet je los. Geen knoop aan het begin, geen knoop aan het eind, en niet aantrekken. Neem steken van ongeveer 5 mm en laat aan beide kanten een stukje draad hangen dat je later kunt pakken. Trek je de rijgdraad strak, dan krijg je putjes op de plek van elke steek, en die zie je na het stikken nog.
Voor de rijgdraad neem ik een andere kleur dan het garen waarmee ik daarna stik, dan kan ik hem er makkelijk uit halen. Ik trek hem er nooit in één ruk uit, maar knip hem om de paar steken door met een mesje en peuter de stukjes eruit. Sinds 2019 test ik eerst of een draad nog sterk is: ik trek een stukje tussen duim en wijsvinger uit elkaar. Knapt het meteen, dan gaat de hele klos weg, ook als hij nog vol is.
Passen met spelden en rijgdraad
Passen doe je met het werkstuk nog los, voordat je ergens overheen stikt en zeker voordat je ergens iets afknipt. Ik zet het kledingstuk aan de binnenkant vast, speld het sluit, en ga dan staan: zitten, armen naar voren, armen omhoog, en dan rustig kijken in het licht van het raam. Een naad die in de spiegel goed lijkt, zit bij het zitten vaak te hoog.
Pas altijd aan de binnenkant en met de spelden op de naadbreedte, want een speld aan de buitenkant verandert de val van de stof. Wat ik tijdens het passen niet doe, is bijknippen. Knippen doe ik pas als ik het werkstuk een nacht heb laten hangen en er nog steeds tevreden over ben.
Opbergen zonder spelden in je voet
Spelden horen in een kussen of een blikje, niet los op tafel en niet in je mond. Een speld tussen je lippen is een gewoonte die op een dag verkeerd afloopt. Als er een speld op de vloer valt, zoek ik hem meteen op met een magneet of met een zaklamp die plat over de vloer schijnt; met de hand op de tast zoeken werkt niet.
Kromme spelden gaan bij mij in het bakje voor de prullenbak, want een kromme speld prikt door de stof in plaats van hem vast te houden, en een speld met een haakje aan de punt trekt een draad uit je stof. Dat is geen zuinigheid maar gemak: met alleen goede spelden werk je sneller.
Wat er vaak misgaat
- Spelden in de naadlijn zelf zetten, precies waar de naald langs komt; dat kost je een naald en een deuk in de stof.
- Denken dat veel spelden het rijgen overbodig maken, terwijl de stof tussen twee spelden nog steeds verschuift.
- De rijgdraad aantrekken of er een knoop in leggen, zodat er putjes in de stof komen die je blijft zien.
- Vaststikken zonder te passen en pas daarna ontdekken dat de naad te hoog of te laag zit.
- De rijgdraad met een ruk lostrekken in plaats van hem om de paar steken door te knippen.