StartVaardigheden › Handsteken: welke steek waarvoor

Handsteken: welke steek waarvoor

Ik naai het meeste werk aan de machine, maar een zoom, een knoop of een dichtgescheurde naad doe ik het liefst met de hand, in mijn achterkamertje aan de noordkant waar het in de winter 15 tot 16 °C is. Er zijn vier handsteken die ik echt gebruik; de rest ken ik alleen van naam. Welke steek je pakt hangt van één vraag af: moet het blijven zitten, of mag het later weer los?

Handsteken: welke steek waarvoor
Een hand die met naald en draad een rij steken in katoenen stof zet.

Kort samengevat

De rijgsteek: tijdelijk vasthouden

Rijgen is niets anders dan losjes naaien om iets op zijn plaats te houden. Je steekt de naald door beide lagen, haalt hem er aan de andere kant weer uit en neemt per steek ongeveer 5 mm stof mee, met evenveel ruimte ertussen. Het garen trek je niet strak; het mag de stof nauwelijks raken.

Ik gebruik de rijgsteek overal waar ik nog wil kunnen schuiven: langs een zoom voordat hij wordt vastgestikt, langs een rits die nog moet worden gepast, en langs een kraag om te kijken of hij wel recht ligt.

Het garen voor het rijgen kies ik in een kleur die opvalt, bijvoorbeeld een restje in een afwijkende tint. Zo zie ik meteen wat ik er later weer uit moet halen en laat ik geen stukje zitten.

De achtersteek: als het echt moet blijven zitten

De achtersteek ziet er van boven uit als een doorlopende machinenaad. Je neemt een kleine stap vooruit, steekt de naald achter het punt waar de vorige steek eindigde weer in en komt één steeklengte verder terug naar boven. Zo ontstaan twee rijen garen naast elkaar. Dat gaat langzaam, maar de naad is nauwelijks kapot te trekken.

Ik gebruik hem waar de stof dik is of waar ik met de machine niet bij kan: in de oksel van een voering, aan het einde van een rits, of bij een hoek die niet onder de voet past. De steeklengte houd ik op 3 tot 4 mm; kleiner wordt het een rij gaatjes, groter gaat los zitten.

De laddersteek: sluiten zonder dat je het ziet

De laddersteek gebruik ik voor een opengevallen zoom of een naad die van buiten moet lijken of er nooit iets aan de hand is geweest. Je neemt afwisselend een klein plukje van de onderste stof en een klein plukje van de rand die je dichtlegt, en je trekt pas aan op het einde. De draden lopen als de sporten van een ladder tussen de twee randen.

Het geheim zit in het aantrekken. Doe je dat bij elke steek, dan trek je een sliertje stof mee dat van buiten te zien is. Ik trek de draad pas aan als ik zes tot acht steken verder ben, en dan net zo ver dat de randen tegen elkaar liggen.

Neem met de naald maar één of twee vezels tegelijk op. Pak je de hele rand, dan komt de steek aan de buitenkant door de stof heen te staan.

Festonneersteek en knoopsgatesteek: randen en ogen

De festonneersteek is de steek waarmee je een rand netjes afwerkt, bijvoorbeeld langs een lap vilt of langs een rand die niet rafelt. Je steekt op, laat de draad onder de punt van de naald langs lopen en trekt aan. Zo ontstaat een rij kleine vierkantjes langs de rand.

De knoopsgatesteek lijkt erop maar staat dichter op elkaar. Ik gebruik hem bijna nooit voor knoopsgaten in kleding, die maak ik liever aan de machine, maar wel om een rand te verstevigen waar veel aan wordt getrokken, zoals een lipje van een tas.

Naald, garen en draadlengte

Een handnaald kies je op het garen, niet op de stof: het oog en de punt moeten het garen doorlaten zonder dat het rafelt en zonder dat de naald de stof opentrekt. Voor dunne katoen gebruik ik een fijne naald met een scherpe punt, voor dikke wol een langere met een ruimer oog.

Ik knip nooit meer dan 50 cm garen af, ook al lijkt een lange draad voordelig. Vanaf ongeveer 70 cm raakt garen in de knoop, en dan trek je aan de stof in plaats van aan de draad. Ik ben geen coupeuse of kleermaker, ik werk in de bibliotheek en naai thuis aan onze eigen kast; dat trekken is precies de fout die ik jaren bleef maken.

Sinds ik in 2019 op de Brink-markt een oude klos kocht die na twee weken knapte, trek ik eerst even aan een stukje garen. Breekt het meteen of voelt het bros, dan gaat de hele klos weg, ook als de kleur precies goed is.

Waar een handsteek juist niet werkt

Een handsteek vervangt geen machinenaad op een plek met belasting. Een zijnaad van een broek, een tailleband of de oksel van een shirt dat elke dag wordt gedragen, houdt het met de hand veel korter dan met de machine. Zulke naden werk ik aan de machine af en de hand gebruik ik alleen voor de afwerking.

Op heel dunne, gladde stof, zoals voeringstof, is de laddersteek lastig binnen de maat te houden; daar neem ik liever een rijgsteek en daarna een machinenaad. En op rekbare tricot trek ik een handsteek altijd iets losser dan ik denk dat nodig is, anders breekt het garen bij de eerste beweging.

Wat er vaak misgaat