StartProjectenSluitingen › Een knoop aanzetten die blijft zitten

Een knoop aanzetten die blijft zitten

Bij een kraam op de Brink kocht ik ooit een handvol oude garenklosjes, en twee weken nadat ik een hengsel met zo'n klosje had vastgezet, lag het hengsel op straat: het garen was bros geworden van de jaren. Sindsdien trek ik aan elk klosje voordat het op mijn machine komt. Een knoop aanzetten leert dezelfde les in het klein — het gaat niet om hard trekken, maar om ruimte laten.

benodigdeen knoop, garen dat bij de stof past, een naald, een tandenstoker en eventueel een knoopvoetje
moeilijkheidmakkelijk — een knoop zet je in een paar minuten vast
tijdvijf tot tien minuten per knoop, een rij knopen wat langer
stofkatoen, linnen, wol of tricot; bij dikke jasstof werkt de hand beter dan de machine
Een knoop aanzetten die blijft zitten
Losse knopen in gedekte tinten op lichte stof, met een naald met draad ernaast.

Waarom een knoop loslaat

Een knoop die losgaat is bijna nooit een knoop die slecht is vastgenaaid. Meestal zit hij te strak tegen de stof. De stof onder de knoop is dikker dan de stof in het knoopsgat, dus de knoop staat onder spanning, en die spanning trekt op den duur aan de draden.

Bij een jas of een dikke trui komt daar nog iets bij: de knoop moet over twee lagen stof heen. Zit hij plat tegen de stof gedrukt, dan trek je hem bij elke keer dichtmaken scheef. De oplossing is ouder dan de naaimachine: laat een klein beetje lucht tussen de knoop en de stof.

De ruimte tussen knoop en stof

Ik leg een tandenstoker of een speld zonder kop tussen de knoop en de stof terwijl ik naai. Die houdt de knoop een paar millimeter van de stof af. Aan het einde haal je de tandenstoker weg en wikkel je de draden een paar keer om het bundeltje onder de knoop.

Dat wikkelen is het echte werk: het maakt een klein steeltje onder de knoop, en dat steeltje geeft de knoop precies de ruimte die de stof nodig heeft. Zonder steeltje zit de knoop muurvast tegen de stof en trekt hij bij het eerste gebruik al aan de draden. Het is geen hogere wiskunde.

Een knoopvoetje of een tandenstoker

Op de machine kun je een knoopvoetje gebruiken. Dat houdt de knoop op zijn plaats en laat de naald in de gaatjes zakken zonder de knoop te raken. Ik gebruik het als ik een rij knopen aan een overhemd moet zetten, want dan gaat het sneller en blijven ze allemaal even ver van de stof.

Voor één knoop pak ik liever naald en draad. Met de hand voel je beter wat je doet, en je kunt makkelijker een steeltje maken. Bij dikke stof of bij een knoop met een bolle bovenkant werkt de hand altijd beter dan de machine.

Van een ster naar een steel

Bij een knoop met vier gaten naai ik eerst een kruis of een vierkant tussen de gaatjes, en pas daarna wikkel ik het steeltje. Zo verdeel je de kracht over alle draden in plaats van over twee. Bij een knoop met twee gaten naai je gewoon op en neer, maar dan tien of twaalf keer.

Ik hecht nooit af met één draadje dat ik zomaar afknip. Ik hecht af met twee of drie kleine steekjes door dezelfde plek, en dan knip ik pas. Een knoop die met één knoopje in de draad is afgehecht, is een knoop die wacht op het juiste moment om los te gaan.

De knoop op zijn plaats houden

Voordat je begint, kijk je of het knoopsgat en de knoop bij elkaar passen. Een knoop die net zo groot is als het gat, gaat elke keer moeilijk dicht. Hij moet er met een klein duwtje doorheen kunnen en dan vanzelf blijven zitten.

Als je een knoop vervangt die er al zat, kijk dan of er onder de stof een klein stukje versteviging zat. Bij een jas is dat meestal zo. Ontbreekt het, dan zet je een klein vierkantje stevige stof aan de binnenkant en naai je door twee lagen; dat houdt veel langer dan een knoop op één laag.

Bij een knoop die toch losgaat

Soms zit een knoop vast in stof die het niet houdt, bijvoorbeeld bij een oude jas waar de stof rond het knoopsgat dun is geworden. Dan helpt een nieuwe knoop niet; je moet eerst de stof verstevigen. Ik naai dan een klein lapje stevige stof aan de binnenkant en zet de knoop daarop.

Zit de knoop los maar is de stof nog goed, dan heeft hij meestal te weinig ruimte gehad. Dan knip ik hem eraf, maak de gaatjes schoon met een speld en zet hem opnieuw aan, nu met een steeltje. Dat is sneller dan een nieuwe knoop zoeken die precies past.

Stap voor stap

  1. Leg de naald met de punt naar beneden in het speldenkussen en schuif de schaar dichtgeklapt naar de achterkant van de tafel voordat je begint.
  2. Zoek een knoop die met een klein duwtje door het knoopsgat gaat en controleer of de draad bij de stof past.
  3. Naai bij een knoop met vier gaten eerst een kruis of een vierkant tussen de gaatjes.
  4. Leg een tandenstoker tussen de knoop en de stof en houd hem daar tijdens het naaien.
  5. Haal de tandenstoker weg en wikkel de draden drie of vier keer om het bundeltje onder de knoop.
  6. Werk de draden aan de achterkant af met twee of drie kleine steekjes door dezelfde plek en knip pas daarna af.
  7. Trek aan de knoop om te voelen of hij ruimte heeft en of hij stevig vastzit.

Waar ik stop: Ik stop bij knopen op leer, op bont en op stof die rond het knoopsgat al gescheurd is; daar is een nieuw stuk stof nodig en dat laat ik aan een vakmens over. Een knoop op een trouwjas of een kostuumjasje gaat ook naar een kleermaker, want daar zie je elk steekje. Ik ben geen coupeuse of kleermaker; ik werk in de bibliotheek en zet knopen aan op de keukentafel, met de naaimachine in een hoek. Wat ik niet kan, schrijf ik niet op.