StartProjectenSluitingen › Een rits die niet meer dichtgaat repareren

Een rits die niet meer dichtgaat repareren

Een rits die niet meer dichtgaat terwijl de tanden nog heel zijn, is bijna altijd een kwestie van het trekkerblokje en niet van de hele rits. Ik heb dit geleerd met een jas die ik in 2014 wilde redden: ik naaide de rits met twee lagen stof tegelijk vast en kon hem daarna geen kant meer op krijgen. Ik woon in Deventer, werk in de bibliotheek en naai thuis; sindsdien doe ik het anders, en dat staat hieronder.

benodigdeen tangetje met platte bek, spelden, een tornmesje, een dunne naald met garen en een droge tandenborstel
moeilijkheidlaag tot gemiddeld — meestal lukt het zonder naaimachine
tijdtien minuten tot een half uur, afhankelijk van wat je aantreft
stofrits met metaal- of kunststoftanden, in een stevige buitenstof
Een rits die niet meer dichtgaat repareren
Een rits in donkere stof met het trekkerblokje in beeld, met een klein tangetje ernaast.

Eerst kijken wat er precies mis is

Houd de rits aan beide kanten vast en trek hem een stukje dicht. Blijft er een opening tussen de tanden zitten achter het trekkerblokje, dan is het blokje te wijd geworden en grijpen de tanden niet meer in elkaar. Zijn de tanden zelf afgebroken of ontbreken er stukjes, dan valt er niets meer te stellen en moet de rits vervangen worden.

Kijk ook of er stof of pluis tussen de tanden zit. Soms is dat het enige probleem en hoef je niets te knijpen. Ik maak de rits dan schoon met een droge tandenborstel en een doek, zonder water en zonder zeep, zodat er niets in de stof trekt.

Voel met je vinger langs de rits of er een tand uitsteekt of verbogen is. Eén verbogen tand voel je meteen als een ribbeltje; dat is een ander probleem dan een te wijd blokje en vraagt een andere aanpak.

Het trekkerblokje voorzichtig knijpen

Zet het trekkerblokje onderaan, waar de rits gesloten begint. Leg het op een harde ondergrond en knijp met een tangetje met platte bek heel licht op de zijkanten van het blokje, eerst aan de ene kant, dan aan de andere. Je knijpt het niet dicht; je brengt de wanden een fractie naar elkaar toe zodat ze de tanden weer pakken.

Na elke knijp probeer je de rits te openen en te sluiten. Doe dit in kleine stapjes en voel of het soepeler wordt. Te hard knijpen maakt het blokje onbruikbaar en dan is er geen weg meer terug, dus minder is hier echt meer.

Ik doe dit met de jas op schoot, met de rits helemaal open, zodat ik kan zien wat er gebeurt. Werk je aan tafel, leg dan een oude handdoek onder de rits zodat je geen krassen maakt op de stof of op de tafel.

Waarom ik dit nooit meer met de naaimachine doe

In 2014 wilde ik een nieuw trekkerblokje op een jas zetten en naaide de rits met twee lagen stof tegelijk vast. Het blokje kon daarna geen kant meer op en ik heb de hele avond zitten tornen om het los te krijgen, zonder dat het beter werd. Sindsdien geldt voor mij: alles met een rits eerst met spelden vastzetten, proberen, en pas daarna stikken. Het blokje zelf komt nooit onder de naald.

Een rits vervangen is een ander verhaal. Als het knijpen niet helpt en de tanden echt beschadigd zijn, gaat het hele ritsband eruit en komt er een nieuwe in. Dat is werk met spelden en rijgsteken, met een stevige naald, want je naait door meerdere dikke lagen.

Ik heb geleerd om bij zo'n klus eerst een proefstukje te naaien op een restje van dezelfde stof. Zit daar geen rimpel in, dan durf ik het aan; zit er wel een rimpel, dan zit mijn naald of mijn spanning niet goed en los ik dat eerst op.

Een trekker die loslaat of blijft hangen

Laat het trekkerlipje los van het blokje, dan blijft de rits dicht maar kun je hem lastig openen. Met een dunne naald en garen in de kleur van de stof zet je het lipje weer vast aan het blokje, met een paar kleine steken dwars door de opening. Trek niet te hard aan de draad, anders splijt het metaal.

Blijft de rits op een vaste plek hangen, dan kijk je met goed licht of er een tand verbogen is. Eén zo'n tand kun je met een platte tang heel langzaam terugbuigen, mits je de tand niet heen en weer wiebelt; hij breekt eerder af dan je denkt.

Een rits die na het knijpen nog steeds openschiet bij de onderkant, zet ik terug op de plek waar de rits begint en test ik tien keer achter elkaar. Gaat hij de eerste keer goed maar de vijfde keer niet, dan is het blokje nog niet goed en knijp ik nog één keer, heel licht.

Meer is het niet. “Het is geen hogere wiskunde”, zei ik tegen mijn dochter toen zij een jas met een openschietende rits kwam brengen.

Wanneer je beter kunt stoppen

Zijn de tanden over een lengte van meer dan een centimeter beschadigd, of is het ritsband zelf gescheurd, dan houd ik op. Dan bestel ik een nieuwe rits van dezelfde lengte en zet die erin, of ik breng het naar iemand die dit vaker doet. Een jas met een halfgerepareerde rits is ergerlijker dan een jas met een kapotte rits.

Bij een gevoerde jas of een rits die in leer is gezet, stop ik ook. Daar komt meer bij kijken dan een tangetje en een dunne naald, en daar begin ik niet aan.

Stap voor stap

  1. Haal de stekker van de machine eruit, leg het tornmesje met de punt van je af en werk aan tafel, niet met een open tang op schoot.
  2. Trek de rits een stukje dicht en kijk waar de opening achter het trekkerblokje zit.
  3. Maak de tanden schoon met een droge tandenborstel als er pluis tussen zit.
  4. Knijp het trekkerblokje met een tangetje met platte bek heel licht aan, eerst links, dan rechts.
  5. Probeer na elke knijp of de rits soepel dichtgaat; stop als het niet beter wordt.
  6. Zet een los trekkerlipje met een dunne naald en garen weer vast aan het blokje.
  7. Buig een enkele verbogen tand heel langzaam terug met een platte tang.
  8. Sluit de rits helemaal en test hem tien keer open en dicht voordat je hem goedkeurt.

Waar ik stop: Ik ga tot het schoonmaken, het licht aanknijpen van het trekkerblokje en het vastzetten van een los lipje. Een rits vervangen in een gevoerde jas, of het hele ritsband lossnemen uit leer, laat ik liggen; dat is werk voor iemand die het dagelijks doet. Ik ben geen coupeuse of kleermaker — ik werk in de bibliotheek en naai thuis — en alles wat ik niet kan, schrijf ik niet op.