StartProjectenVermaken › Een zoom naaien die niet golft

Een zoom naaien die niet golft

In 2006 knipte ik een rok uit katoen dat ik niet eerst had gewassen. Na de eerste wasbeurt was de rok een maat kleiner en golfde de onderrand als een gordijn in de wind. Sinds dat jaar gaat elke lap stof bij mij eerst door de was, ook als het label zegt dat het niet hoeft.

benodigdeen rolmaat, een kleermakerskrijtje, spelden, een strijkijzer en garen dat bij de stof past
moeilijkheidgemiddeld — het strijken is belangrijker dan het stiksel
tijdeen half uur tot een uur per zoom, afhankelijk van de lengte van de rand
stofkatoen, linnen en wol vragen een andere zoombreedte dan tricot of heel lichte stof
Een zoom naaien die niet golft
Een omgeslagen zoom in grijze stof, met een rijgdraad langs de gevouwen rand en een liniaal ernaast.

De zoom begint bij het strijkijzer

Een zoom die golft is meestal geen fout van de machine. Het is een zoom die niet goed is voorbereid. Voordat de naald in de stof gaat, moet de onderrand gestreken zijn. Ik strijk de zoom eerst op de plek waar hij moet komen, binnenstebuiten, en laat hem afkoelen voordat ik ga spelden.

Dat lijkt omslachtig, maar het is het verschil tussen een rand die plat valt en een rand die gaat staan. Stof heeft een geheugen. Wat je strijkt houdt hij vast; wat je alleen speldt, veert terug zodra de spelden eruit gaan.

Hoe breed de zoom moet zijn

De breedte hangt van de stof af, niet van je voorkeur. Bij lichte katoen en linnen houd ik 2 cm aan. Bij dikkere stof gaat het naar 3 cm, want een smalle zoom in dikke stof wordt een bobbel. Bij heel lichte stof gebruik ik 1,5 cm met een extra randje eronder.

Bij een rok of broek die je vaak draagt, kun je de zoom breder maken, tot 4 cm. Een bredere zoom hangt zwaarder en valt daardoor rechter. Bij een dunne zomerjurk werkt dat juist tegen: daar wil je een smalle zoom die niet door de stof heen tekent.

Waarom een zoom golft

Een zoom golft om drie redenen. De eerste is dat de stof is gekrompen nadat de zoom erin zat. De tweede is dat de zoom te breed is voor de stof. De derde, en de meest voorkomende, is dat de onderrand van de stof wijder is geworden dan de rest, bijvoorbeeld doordat je hem schuin hebt geknipt.

Bij dat laatste helpt geen enkele steek. Je moet de rand eerst weer in vorm brengen. Ik rijg dan een rijgdraad langs de rand en trek die voorzichtig aan tot de rand weer even lang is als de zoom. Dat heet niet voor niks een trekdraad: hij trekt de rand terug naar waar hij hoort.

Rijgen voordat je stikt

Zelfs als de rand goed zit, rijg ik de zoom eerst met de hand. Het kost een kwartier en het houdt de stof precies op zijn plek terwijl de machine eroverheen gaat. Spelden alleen zijn niet genoeg bij een zoom; ze laten de stof tussen twee spelden net iets verschuiven.

Tijdens het rijgen houd ik de stof los in mijn hand en trek ik niet aan de draad. Een rijgdraad die te strak zit, trekt de zoom samen en dan golft hij alsnog. Ik gebruik een rijgdraad in een andere kleur, dan kan ik hem er later makkelijk uit trekken.

Stikken en strijken in één beweging

De machine staat bij mij naast de strijkplank, en dat is bij een zoom echt nodig. Ik stik de zoom in kleine stukken en strijk na elk stuk. Zo zie ik meteen of de rand recht blijft of dat hij ergens begint te trekken.

Na het stikken strijk ik de zoom nog één keer, van de goede kant, met een dun doekje ertussen tegen de glans. In het achterkamertje is het in de winter 15 graden; dat is geen probleem, want strijken verwarmt je handen toch. Bij het harde water hier zet ik het ijzer regelmatig af met azijn, anders komt er kalk op de zool en dat geeft lichte strepen op donkere stof.

Rekbare en zware stof

Bij tricot werkt een gewone rechte zoom niet; die knapt zodra je de stof uitrekt. Daar gebruik ik een zoom die met de rek mee kan, of ik werk de rand af met een smal bandje. Bij heel zware stof, zoals dikke wol, knipt de machine liever niet door vier lagen heen; daar neem ik de zoom met de hand door.

Bij stof die rafelt, werk ik de rand eerst af voordat ik de zoom omsla. Anders zit er na twee wasbeurten een bosje draden onder de zoom en zie je dat van buiten. Dat afwerken kost tien minuten en scheelt je een hoop ergernis.

Stap voor stap

  1. Zet eerst het strijkijzer stevig op een vlakke ondergrond, leg het snoer buiten het looppad en zet de naald van de machine naar beneden voordat je begint.
  2. Was en droog de stof voordat je iets knipt, ook als het label zegt dat het niet nodig is.
  3. Knip de zoom op de gewenste breedte af en strijk de rand om, binnenstebuiten.
  4. Meet de zoombreedte op drie plaatsen en kijk of de onderrand overal even lang is.
  5. Is de rand te wijd geworden, rijg dan een trekdraad langs de rand en trek hem voorzichtig in.
  6. Rijg de zoom met de hand vast met een rijgdraad in een afwijkende kleur.
  7. Stik de zoom in kleine stukken en strijk elk stuk meteen.
  8. Haal de rijgdraad eruit, strijk de zoom nog één keer en werk de rand af als de stof rafelt.

Waar ik stop: Ik stop bij een zoom die met de hand genaaid moet worden aan een jas of een mantelpak, en bij stof waar ik de vezel niet vertrouw. Een blinde zoom in dikke wol laat ik aan iemand over die dat vaker doet dan ik, want daar zie je elke steek van buiten. Ik ben geen coupeuse of kleermaker; ik werk in de bibliotheek en naai thuis, aan mijn eigen kast en die van mijn gezin. Wat ik niet kan, schrijf ik niet op.