Start › Vaardigheden › Naalden kiezen: maat, punt en vervangen
Naalden kiezen: maat, punt en vervangen
Mijn machine kocht ik in 2004 tweedehands; hij is van 1998 en heeft geen enkele versiering. De naalden die erbij zaten waren zo bot dat ze de stof vooruitduwden in plaats van erin te gaan, en dat heb ik toen aan de stof geweten en niet aan de naald. Een naald is het goedkoopste onderdeel van de machine en het eerste dat je moet durven vervangen.
Kort samengevat
- Kies de naald bij de stof: een fijne naald voor dunne of rekbare stof, een stevige naald voor katoen, linnen, spijkerstof en zware wol.
- Een handnaald heeft een andere punt en een ander oog dan een machinenaald; de twee zijn niet uitwisselbaar.
- Reken op een nieuwe naald na ongeveer acht uur naaien; de naald is eerder bot dan je verwacht.
- Duwt de machine de stof op, tikt hij of zie je kleine gaatjes in tricot, dan zit de naald er scheef of is hij bot.
- Pak een naald bij het platte kantje vast en niet bij de punt, en zet de naald naar beneden voor je iets aanraakt.
Maat: het nummer bij de stof
Op het naaldenkaartje staat een nummer, en dat nummer is de dikte van de naald, niet de dikte van je stof. Een fijne naald van 70 of 80 hoort bij lichte katoen, zijde en tricot; een naald van 90 of 100 hoort bij linnen, spijkerstof en dikke wol. Naai je met een te fijne naald in dikke stof, dan buigt de naald of breekt hij af, en het stukje dat afbreekt blijft soms in de stof zitten.
Ik houd een vaste regel aan: hoe dikker en hoe zwaarder de stof, hoe hoger het nummer. Hoe fijner en hoe rekbaarder de stof, hoe lager het nummer en hoe scherper de punt moet zijn. Tussen die twee zit bijna je hele keuze, en je hebt geen tientallen naalden nodig om uit te komen.
Punt: scherp, bol of met een snijrand
Een geweven stof, zoals katoen en linnen, vraagt een scherpe punt die tussen de draden door gaat. Een gebreide stof, zoals tricot, vraagt een bolle punt die de lusjes opzij duwt in plaats van ze door te prikken. Prik je met een scherpe naald in tricot, dan maak je gaatjes in de stof die je later niet meer weg krijgt, ook niet door te strijken.
Er zijn ook naalden met een klein snijrandje langs de punt, voor leer en voor kunstleer, die de stof insnijden in plaats van erdoor te gaan. Die gebruik ik alleen als ik zeker weet dat het geen geweven stof is, want in katoen snijdt zo'n naald de draden door en dan rafelt de naad open.
Handnaald naast machinenaald
Een machinenaald heeft bovenaan een plat kantje waar hij mee in de houder valt, en een handnaald heeft dat niet. Stop je een handnaald in de machine, dan zakt hij scheef in de houder en naait hij niet recht. Een machinenaald gebruik ik dus alleen in de machine, en de handnaalden in mijn naaidoos blijven bij het handwerk.
Voor stopwerk gebruik ik een korte, stevige naald met een groot oog, zodat het stopgaren er soepel doorheen gaat. Voor fijn handwerk gebruik ik een dunne naald met een klein oog, want een dikke naald laat in lichte stof een gaatje achter dat je blijft zien. De naald moet bij het garen passen, net zoals bij de machine.
Wanneer een naald op is
Een naald slijt zonder dat je het ziet. Na een uur of acht naaien op gewone stof is hij bot genoeg om de stof op te duwen in plaats van erin te gaan. Je merkt het aan een tikkend geluid, aan stof die voor het voetje uit schuift, of aan kleine gaatjes in tricot die er eerst niet waren.
Ik verander de naald ook bij elke nieuwe lap stof en bij elke nieuwe klos, ook al zit de oude er pas net in. Dat lijkt overdreven, maar een botte naald kost je stof en niet alleen geduld. Zodra ik aan de stof of aan het geluid merk dat er iets niet klopt, is de naald mijn eerste verdachte en niet de spanning.
De naald veilig wisselen
Voor ik iets aan de naald doe, trek ik de stekker uit de machine. Ik laat de naald zakken tot het laagste punt, haal de oude naald eruit en leg hem meteen in het speldenkussen naast de machine, niet los op tafel. Losse naalden op een tafel zie je niet terug voor ze in je vinger zitten of in de stof verdwijnen.
De nieuwe naald gaat met het platte kantje naar achteren in de houder, tot hij helemaal omhoog zit, en dan draai ik de schroef vast. Na het wisselen draai ik één keer met de hand aan het handwiel voor ik de stekker er weer in doe, zodat ik zeker weet dat de naald de naaldplaat niet raakt.
Oude naalden bewaren en weggooien
Ik bewaar oude naalden in een klein blikje met een deksel, apart van de nieuwe, zodat ik nooit per ongeluk een botte naald pak voor een lap waar ik zuinig op ben. In mijn achterkamertje aan de noordkant staat dat blikje naast de machine, waar het in de winter 15 graden is; dat is geen probleem voor staal, maar het is wel een reden om het deksel er goed op te houden.
Naalden die krom zijn of waarvan de punt is afgebroken, gaan niet terug in het blikje maar in een apart bakje dat ik later bij het grof afval doe. Ik ben geen coupeuse of kleermaker; ik werk in de bibliotheek en naai thuis op een tweedehands machine, en wat ik zelf niet heb uitgeprobeerd, schrijf ik niet op.
Wat er vaak misgaat
- Blijven naaien met een botte naald, waardoor de machine de stof opduwt en er in tricot gaatjes ontstaan die niet meer weggaan.
- Een te fijne naald in dikke stof gebruiken, zodat de naald krom raakt of afbreekt en het puntje in de stof achterblijft.
- Een handnaald in de machine zetten; die heeft geen plat kantje en zakt scheef in de houder.
- De dikte van het garen niet meenemen bij de keus van de naald, terwijl dik stopgaren een naald met een groot oog vraagt.
- Nieuwe en oude naalden door elkaar in één bakje bewaren, zodat je op een mooie lap opeens een botte naald pakt.