StartVaardigheden › De draadspanning van je machine afstellen

De draadspanning van je machine afstellen

Voordat ik met mijn handen bij de naald kom, gaat de stekker eruit; pas als ik echt ga naaien gaat hij er weer in. Mijn machine komt uit 1998 en ik kocht hem in 2004 tweedehands, dus ik weet hoe hij klinkt als hij goed loopt. Toen er lusjes onder een naad zaten, heb ik eerst een half uur naar de stof gekeken en pas daarna aan een knop gedraaid. Bijna altijd zit de fout niet in de machine maar in de draad of in de spanning.

De draadspanning van je machine afstellen
Het spoelhuis van een naaimachine met de naaldplaat eraf, zodat de onderdraad in beeld komt.

Kort samengevat

Wat de spanning doet

De bovendraad en de onderdraad trekken aan elkaar. Trekken ze even hard, dan verdwijnt het knooppunt van de twee draden in de stof en zie je aan beide kanten een nette steek. Trekt de ene draad harder dan de andere, dan wordt dat knooppunt naar de kant van de sterkste draad getrokken en blijft de andere draad als een lusje aan de oppervlakte liggen.

Dat is de hele theorie. Aan de bovenkant van de machine zit een knop of een wieltje waarmee je de spanning van de bovendraad instelt; bij mijn machine is dat een rond knopje met cijfers van 1 tot 9. De onderdraad zit in een spoelhuis en heeft een eigen, veel fijner afgestelde spanning waar je in de praktijk niet aan hoeft te komen.

Lusjes aan de onderkant

Zie je kleine lusjes aan de onderkant van de stof, dan is dat eigenlijk de bovendraad die te los zit. De onderdraad trekt hem naar beneden door de stof, maar hij krijgt hem niet helemaal mee. Je lost dat op door de spanning van de bovendraad iets hoger te zetten, niet door aan de spoel te draaien.

Ik draai per keer een kwart slag en naai dan opnieuw een proefstukje. Twee of drie van die kwartslagen is meestal genoeg. Ga je in één keer van 4 naar 8, dan zit je zo aan de andere kant van het probleem en weet je niet meer welke kant je op moet.

Lusjes aan de bovenkant

Andersom kan ook: lusjes aan de bovenkant betekenen dat de bovendraad juist te strak staat en de onderdraad naar boven trekt. Dan zet je de spanning lager. Bij dunne stof zoals voering zie je dit snel, want daar prikt de draad bijna door de stof heen.

Er is één geval waarin het niet aan de bovendraad ligt: als de onderdraad niet goed in het spoelhuisje zit of er scheef in is gedraaid. Haal de spoel er dan uit, leg hem opnieuw in de goede richting en rijg opnieuw. Dat kost een minuut en voorkomt dat je aan knoppen draait voor een probleem dat ergens anders zit.

Eerst kijken, dan draaien

Voordat ik aan een knop kom, doe ik vier dingen. Ik zet de persvoet omhoog en rijg de bovendraad helemaal opnieuw in, want met de voet omlaag zitten de draden niet tussen de spanschijven. Ik controleer of de draad echt door het naaldgaatje loopt en niet ernaast. Ik haal de spoel eruit en leg hem opnieuw. En ik zet er een nieuwe naald in, want een botte of kromme naald geeft dezelfde lusjes als een verkeerde spanning.

Vaak is het daarna opgelost en heb ik geen enkele knop aangeraakt. Dat is ook de reden dat ik het eerst doe: aan een knop draaien kost niets, maar je raakt wel de stand kwijt die jarenlang goed was.

Het proefstukje

Een spanning stel je nooit in op je werkstuk. Ik neem twee lapjes van dezelfde stof en dezelfde dikte, met boven en onder een andere kleur garen. Dan zie je meteen welke draad waar terugkomt. Ik naai een stukje recht, een stukje in een bocht en een stukje achteruit, want achteruit naaien laat problemen eerder zien.

Met dezelfde kleur garen boven en onder kun je niets beoordelen, want dan zie je niet welk lusje van welke draad is. Ik bewaar twee klosjes in verschillende kleuren juist voor dit soort proefjes, in hetzelfde trommeltje als mijn spelden.

Garen en naald als oorzaak

Niet elke lus is een spanningsprobleem. In 2019 gebruikte ik voor het hengsel van een canvas tas een oud klosje dat ik op de markt had gekocht. Het naaide prima, tot het hengsel twee weken later losscheurde en de tas op de grond lag. Garen dat oud is, breekt zonder waarschuwing; trek er altijd eerst even hard aan voordat je een klosje op de machine zet.

Ook de maat van de naald doet mee. Een te dunne naald in dikke stof buigt door en geeft overgeslagen steken die eruitzien als een spanningsfout. Ik ben geen coupeuse of kleermaker; ik werk in de bibliotheek en naai thuis in het achterkamertje aan de noordkant, waar de machine naast de strijkplank staat. Vind ik het na een nieuw klosje, een nieuwe naald en een nieuw proefstukje nog niet, dan leg ik het werk weg en ga ik de volgende dag verder.

Wat er vaak misgaat