StartVaardigheden › De naaimachine bedienen: van draad tot eerste stiksel

De naaimachine bedienen: van draad tot eerste stiksel

Voordat ik ook maar iets met de machine doe, gaat de stekker eruit als ik bij de naald of de voet moet zijn, en leg ik de naald naar beneden als ik hem even loslaat. Daarna komt de rest: inrijgen, de spoel plaatsen, een proefstukje en pas dan een echte naad. Mijn machine is een tweedehands uit 2004, gebouwd in 1998, met niet meer dan een rechte steek en een zigzag.

De naaimachine bedienen: van draad tot eerste stiksel
Een oude naaimachine op een houten tafel bij het raam, met de hand die de draad naar de naald leidt.

Kort samengevat

Inrijgen in de juiste volgorde

Inrijgen is een vaste route en niet een kwestie van goed mikken. Eerst de klos op de pen, dan de draad door de geleider boven, dan tussen de spanningenschijf, dan door het hendeltje dat met de naald meebeweegt, en pas op het laatst door het oog van de naald van voren naar achteren. Sla je een geleider over, dan lijkt de machine te naaien tot de draad bij de eerste weerstand knapt.

Ik zet de naald in de hoogste stand en de persvoet omhoog voordat ik begin. In die stand staan de spanningenschijven open en glijdt de draad er tussen; met de voet naar beneden klemt hij zich vast en zit de draad muurvast.

Het oog van de naald is klein en mijn ogen zijn van 1973. Ik knip de draad schuin af in plaats van recht, dat scheelt de helft van het gepriegel, en ik rijg bij het raam in plaats van onder de lamp in het midden van de kamer.

De spoel en het spoelhuisje

De spoel vul je gelijkmatig, niet te vol en niet te los. Een losse spoel wikkelt zich scheef af en geeft lusjes aan de onderkant; een te volle spoel klemt in het huisje en de machine trekt schokkerig. Ik stop met vullen als de rand van de spoel bijna is bereikt.

Bij het plaatsen let je op de richting: de draad moet van de spoel af lopen zoals het schema in de machine aangeeft, meestal met een klein tegendrukveertje waar de draad onderdoor gaat. Draai je de spoel om, dan lijkt alles goed te gaan en komt de knoop boven in de naad te liggen.

Voor je het huisje sluit, trek je even aan het draadje. Het moet met een lichte weerstand meegaan, niet loshangen. Voelt het helemaal vrij, dan zit de draad niet in de sleuf en gebeurt er niets als je naait.

Stekenlengte en spanning

De stekenlengte is de eerste knop die je instelt, nog voor de spanning. Voor gewone katoen staat hij bij mij op ongeveer 2,5 mm; voor dikke stof of leer gaat hij naar 3,5 tot 4 mm, voor dunne voering naar 2 mm. Te kleine stappen snijden de stof in, te grote stappen laten de naad los zitten.

De spanning stel je pas bij op een proefstukje van twee lagen van dezelfde stof. Leg je het proefstukje met de goede kant naar boven, dan hoor je aan beide kanten één gladde naad te zien, zonder lusjes. Zie je aan de onderkant lusjes, dan staat de bovenspanning te los of de spoelspanning te strak; aan de bovenkant lusjes betekent meestal het omgekeerde.

Ik draai nooit een halve slag in paniek. Eén standje per keer, dan weer een proefstukje van 10 cm. Zo weet ik wat ik veranderd heb en raak ik niet kwijt waarom het opeens goed ging.

De eerste rechte naad

Leg de stof onder de voet met de rand tegen de geleider, laat de naald zakken en naai langzaam. De machine voert de stof; jij stuurt alleen de rand langs de lijn. Trek je de stof naar voren of naar achteren, dan buigt de naald en breekt hij, en dat is precies het moment waarop mensen de naald ook nog eens met geweld uit de stof proberen te krijgen.

Begin en einde van de naad zet ik vast met drie tot vier steken heen en weer. Zonder dat vastzetten rafelt een naad los zodra eraan wordt getrokken, ook als hij er perfect uitziet.

Bij een hoek laat ik de naald in de stof staan, til de voet op en draai de stof om de naald. Doe je dat met de naald omhoog, dan schiet de stof weg en zit je hoek 2 mm naast de lijn.

Onderhoud: vijf minuten per maand

Elke maand haal ik de stekker eruit, neem de naaldplaat eraf en veeg de pluis en stofvlokken weg die zich onder de voeding hebben verzameld. Met een kwastje langs de tanden en een doekje langs de binnenkant is het meeste werk gedaan. Daarna één druppel olie op de plek die in het boekje van de machine staat, niet meer dan dat.

Alles dieper dan dat doe ik niet zelf. De motor en de bedrading laat ik zitten; dat is geen klus voor een naaikamer en het risico is groter dan de winst. Een machine die vreemd klinkt of stroef draait breng ik weg.

Hard water speelt hier ook mee. Waar ik werk staat kalk op het strijkijzer en op de metalen delen van de machine, dus ik wrijf de plaat na het schoonmaken droog in plaats van nat te laten drogen.

Een koud achterkamertje en een oude machine

Mijn werkhoek is een klein achterkamertje op het noorden, in een huis uit de jaren zeventig. In de winter is het daar 15 tot 16 °C, gelukkig warm genoeg voor mijn handen, maar koud voor een machine die lang stil heeft gestaan. Voor ik begin laat ik hem even drooglopen zonder stof, zodat de olie weer wat vloeit.

Deze machine heeft geen schermpje, geen automatische spanning en geen keuzemenu. Alles wat hij kan, zit aan een knop of een hendel die ik met mijn vingers kan voelen, en dat is precies waarom ik hem in 2004 kocht en nog steeds gebruik.

“Ik ben geen coupeuse of kleermaker,” zei ik al vaker op deze site, en dat geldt hier net zo goed: ik werk in de bibliotheek en naai thuis. Wat ik hier opschrijf is wat ik zelf achter deze machine doe, met de fouten die erbij horen. Wat ik niet onder de knie heb, schrijf ik niet op.

Wat er vaak misgaat