Uit een achterkamertje in Deventer
Naaien, verstellen en repareren
Ik ben Marieke — bibliotheekmedewerker, geen coupeuse — en ik naai in een klein achterkamertje in Deventer, met een tweedehands machine uit 1998 en een strijkplankje naast mijn elleboog. Hier staan de reparaties en technieken die ik zelf gebruik, met de fouten die erbij horen.
Projecten
-
Sokken stoppen zonder dat je het voelt
Een gat in de hak of teen hoeft niet het einde van de sok te zijn. Met een stopnaald en stopgaren maak je een reparatie die je in je schoen niet voelt zitten.
-
Een spijkerbroek verstellen bij de taille
De taille te wijd maar de pijpen precies goed? Dan neem je alleen de band in en laat je de zijnaden met rust — de broek blijft in model.
-
Een rits vervangen in een jas
De rits is kapot maar de jas nog goed. Met een tornmesje, spelden en een stevige naald zet je er een nieuwe in — en voorkom je de fout die mij een hele avond kostte.
-
Een broek innemen bij de zijnaden
Twee centimeter smaller aan beide kanten, zonder de zakken te raken. Ik laat zien waar je speldt, waar je past en waarom de laatste centimeter de lastigste is.
-
Een knoop aanzetten die blijft zitten
Een knoop is geen sieraad maar een werktuig. Met een knoopvoetje of een tandenstoker krijgt hij ruimte, en precies daarom trekt hij niet los.
-
Een zoom naaien die niet golft
Een rechte zoom begint bij het strijkijzer, niet bij de machine. Zo bepaal je de zoombreedte en zo voorkom je die golvende onderrand.
Vaardigheden
-
Handsteken: welke steek waarvoor
Rijgsteek, stiksteek, achtersteek en laddersteek: het zijn er vier die je echt nodig hebt. Ik laat zien waar elke steek goed voor is en waar hij juist niet werkt.
-
De naaimachine bedienen: van draad tot eerste stiksel
Inrijgen, de spoel opzetten, de spanning instellen en de eerste rechte naad. Alles wat je wilt weten voordat je aan een echt werkstuk begint.
-
Naden en naadbreedte
Waarom een naadbreedte van 1 cm bijna nooit klopt, en wat je doet met dikke stof, hoeken en het vastzetten van begin en einde.
Rubrieken
- ReparerenGaten, scheuren en gesleten plekken: repareren is het onderdeel waar de meeste kledingstukken hun leven aan danken. Het is zelden mooi werk, maar bijna altijd makkelijker dan je denkt.
- SluitingenRitsen, knopen, elastiek en haken: de onderdelen die je kleding dicht houden en die altijd als eerste bezwijken. Ze zijn klein, ze zijn ongeduldig, en ze kosten bijna niets.
- VermakenInnemen, inkorten, aanpassen: kleding die bij de schouders past maar niet bij de taille, mouwen die twee centimeter te lang zijn. Vermaken is het verschil tussen iets dragen en iets weghangen.
- Steken en nadenEen naad is meer dan twee stukken stof bij elkaar houden. De steek die je kiest bepaalt of hij meerekt, of hij rimpelt, en of hij het uithoudt als je het kledingstuk aantrekt.
- Machine en onderhoudEen naaimachine is geen ingewikkeld apparaat, maar wel een apparaat dat je moet begrijpen. Bijna elke klacht — lussen, gebroken naalden, stof dat niet doorvoert — komt neer op drie dingen: draad, naald en spanning.
- Stof en garenEen kledingstuk begint niet bij het patroon maar bij de stof. Hoe een stof valt, rekt, rafelt en krimpt, bepaalt welke naad erin past en hoe het er na drie wasbeurten uitziet.
- Gereedschap en werkwijzeGoed gereedschap is bij naaien geen luxe: een bot mesje, een meetlint dat rekt of een speld die de stof beschadigt kost je meer tijd dan het hulpmiddel zelf.