Start › Projecten › Vermaken › Een broek innemen bij de zijnaden
Een broek innemen bij de zijnaden
Mijn zoon kwam vorig jaar thuis met een broek die bij de heupen precies goed zat, maar bij de taille twee vingers ruimte overliet. Zo'n broek gaat bij mij op de strijkplank in het achterkamertje op het noorden, niet terug naar de winkel. Ik neem hem in bij de zijnaden — dat is de rustigste manier om een broek smaller te maken zonder de zakken of de band aan te raken.
Eerst kijken waar de broek te wijd is
Voordat je ook maar iets knipt, moet je weten waar de broek te wijd is. Dat is niet altijd de taille. Bij de ene broek zit het overschot in de heupen, bij de andere juist bij de knie, en soms zit de taille goed en zijn alleen de pijpen te ruim. Ik trek de broek binnenstebuiten aan en ga voor de spiegel staan, met een speld in mijn hand.
Ik knijp de stof aan één kant samen bij de taille en kijk wat er met de zak gebeurt. Wordt de zak naar voren getrokken, dan is de broek daar te wijd en moet je niet aan de zijnaden beginnen. Dan zit het probleem in de band of in het kruis, en dat is een ander verhaal.
Spelden aan de linkerkant, passen aan de rechterkant
Ik werk altijd in één richting: ik speld links, ik pas rechts. Doe je het allebei tegelijk, dan speld je jezelf krom en weet je niet meer welke kant je hebt aangepast. De broek blijft binnenstebuiten; de zijnaden liggen dan naar buiten en je kunt tenminste zien wat je doet.
Bij de taille speld je het overschot vast, en bij de knie doe je dat ook, maar minder. Tussen die twee punten loopt de lijn schuin naar beneden. Een broek die recht wordt ingenomen bij de taille is onderaan ineens te nauw, en dat is de fout die je één keer maakt en daarna nooit meer.
De zakken blijven met rust
De zijnaden van een broek lopen bij de heupzakken langs. Daar zit een naad die het zakgedeelte vastzet, en als je er zomaar overheen stikt, naai je de zak mee dicht. Je merkt het pas als je de broek aantrekt en je hand er niet in kan.
Ik torn de oude zijnaad daarom alleen open tot net onder de zak. Boven de zak blijft de naad gewoon zitten, ook al zit daar nog iets ruimte in. Dat beetje stof dat overblijft zie je niet, want het valt onder de zak en de band. Zo blijft de vorm van de heup kloppen.
Twee keer stikken en dan pas knippen
Een zijnaad van een broek draagt het hele gewicht van de broek. Ik stik hem daarom twee keer: eerst op de nieuwe lijn, dan een tweede keer op 3 mm daarnaast. Niet omdat ik de eerste niet vertrouw, maar omdat een broek in het dagelijks gebruik flink te verduren krijgt.
Pas daarna knip ik de overtollige stof weg, met 1 cm marge naast de laatste naad. Die marge werk ik af met een zigzagsteek, want opengeknipte stof rafelt bij elke wasbeurt verder. Bij dikke stof knip ik de ene kant van de marge korter dan de andere, anders wordt het een dikke bult onder je hand.
Strijken tussen elke stap
De naaimachine staat naast de strijkplank, en dat is niet voor niks. Ik strijk de naad na het spelden, na het rijgen en na het stikken. Een naad die je niet strijkt, blijft scheef zitten en trekt de hele pijp mee naar één kant.
In het achterkamertje is het in februari zo'n 15 of 16 graden. Dat is koud voor je vingers maar prima voor de stof; een koude kamer maakt het strijken juist rustiger, want je merkt eerder dat je te hard drukt. Bij het harde water hier zet ik het strijkijzer af en toe af met een scheutje azijn, anders komt er kalk op de zool en dat geeft lichte strepen op donkere stof.
De laatste centimeter
De laatste centimeter is de lastigste. Als je twee centimeter inneemt, gaat dat makkelijk. Wil je vier centimeter, dan verschuift de hele pijp en klopt de zak niet meer met je heup. In dat geval stop ik en meet opnieuw, in plaats van door te stikken.
Ik rijg de nieuwe naad eerst met een rijgsteek, pas de broek nog een keer, en pas als hij goed zit gaat de machine eroverheen. Dat rijgen kost tien minuten en heeft mij meer dan één broek gered. Gewoon doen, en dan nog een keer.
Stap voor stap
- Trek eerst de stekker van de machine eruit, leg het tornmesje met de punt naar voren weg en schuif de schaar dichtgeklapt naar de achterkant van de tafel.
- Trek de broek binnenstebuiten aan en speld het overschot aan de linkerkant vast bij de taille en bij de knie.
- Trek de broek uit, leg hem plat op tafel en meet met de rolmaat hoeveel centimeter je bij de taille en bij de knie afzonderlijk weghaalt.
- Teken met een krijtje een schuine lijn van de taille naar de knie; nooit recht naar beneden.
- Rijg de nieuwe lijn met een rijgsteek, trek de broek opnieuw aan en pas hem één keer.
- Torn de oude zijnaad open tot net onder de heupzak en strijk de naden plat.
- Stik de nieuwe naad op de machine en strijk hem meteen; zet daarna een tweede stiksel op 3 mm ervan.
- Knip de overtollige stof weg met 1 cm marge en werk de rand af met een zigzagsteek.
Waar ik stop: Ik stop op het moment dat de zakken of de band in het spel komen, en bij een pak of een broek met een scherpe vouw laat ik het helemaal. Ook een broek van heel rekbare stof met een ingeweven patroon gaat naar iemand die dat dagelijks doet. Ik ben geen coupeuse of kleermaker; ik werk in de bibliotheek en naai thuis, aan mijn eigen kast en die van mijn gezin. Wat ik niet kan, schrijf ik niet op.