StartProjectenVermaken › Een spijkerbroek verstellen bij de taille

Een spijkerbroek verstellen bij de taille

De taille is bij een spijkerbroek bijna altijd het onderdeel dat niet klopt: bij de heupen zit hij goed, bij de pijpen precies, en toch blijft er bij de band ruimte over. Ik heb hier een broek van mijn zoon liggen die in de taille twee maten te wijd was. Die heb ik ingenomen zonder de zijnaden aan te raken, aan mijn tafel bij het raam met de kachel aan, want in mijn achterkamertje is het in de winter 15 °C en met dikke spijkerstof zit je daar niet lekker te werken.

benodigdeen spijkerstofnaald, stevig garen, spelden, een rolmaat en een liniaal, een tornmesje, en een machine die rustig door dikke lagen komt
moeilijkheidgemiddeld; het meten en passen kosten meer tijd dan het naaien
tijd1,5 tot 2 uur, inclusief twee keer passen
stofspijkerstof met of zonder stretch, liefst eerst gewassen
Een spijkerbroek verstellen bij de taille
Een spijkerbroek opgevouwen op een houten tafel, met de tailleband en het achterpand in beeld en een rolmaat erlangs.

Eerst meten, dan pas knippen

Ik trek de broek aan en knijp de overtollige ruimte bij de taille samen tussen duim en wijsvinger, aan de achterkant. Dat stuk meet ik op met de rolmaat: laten we zeggen 3 cm in totaal. Dat is dus 1,5 cm aan elke kant van de middenachternaad, en dat is meteen de breedte die ik straks wegneem.

Ik verdeel het nooit over zij- en achternaden samen. De zijnaden laat ik met rust, want daar zitten de zakken en die wil ik niet scheef trekken. Alles wat te veel is, gaat er in één keer uit bij de middenachter.

Meet bij een broek met stretch iets minder ruim dan je denkt nodig te hebben. Stretch rekt bij het dragen nog een beetje op, en dan zit je na een uur met een band die weer los zit.

Meet nooit aan een broek die plat op tafel ligt. Zo opgemeten lijkt hij altijd smaller dan hij aan je lijf is: de stof zakt in elkaar en de band trekt naar binnen. Ik trek hem dus zelf aan, kijk in de spiegel aan de zijkant, en meet pas daarna op wat er te veel is.

De band openmaken zonder de lussen te slopen

Ik torn de middenachternaad open over ongeveer 10 cm, precies tot onder de band. Daarna maak ik de onderrand van de band aan beide kanten van die naad een stukje los, genoeg om er straks met de machine bij te kunnen.

De lus die middenachter op de band zit, haal ik er met het tornmesje af voordat ik begin. Zet hem apart; hij moet er na het innemen weer op, en het is zonde om daar een nieuwe voor te maken.

Voor ik ga tornen zet ik een speld precies op de plek waar de oude naad zat. Zonder dat merkteken zet ik de nieuwe naad vaak een paar millimeter naast de oude, en dan blijft er aan de binnenkant van de band een rij oude gaatjes zichtbaar.

Innemen bij de middenachternaad

Ik spel de nieuwe naad vast en laat die naar boven toe uitlopen naar niets, zodat er geen knik in de band komt. Onderaan, waar de naad naar de heupen gaat, mag hij niet ineens stoppen; daar loopt hij in een flauwe boog uit naar de oude naad.

Eerst rijg ik de naad met de hand. Een speld geeft geen idee van hoe de band straks valt, en met dikke stof wil je niet drie keer tornen. Het rijgen duurt vijf minuten en bepaalt of je de tweede naad in één keer goed zet.

Door dikke lagen naaien

Bij de band naai ik over vier tot zes lagen spijkerstof, en dat vraagt een spijkerstofnaald en een rustig tempo. Ik draai het handwiel met de hand door de dikste stukken in plaats van het voetpedaal te gebruiken; zo voel ik of de naald er nog doorheen wil.

Wat ik in 2006 leerde: was de stof voor je knipt. Ik knipte toen een katoenen rok uit stof die nog niet in het water was geweest, en na de eerste wasbeurt was hij een maat kleiner met een golvende zoom. Spijkerstof krimpt ook. Ik was een nieuwe broek dus eerst zoals hij later gewassen wordt, ook als het etiket iets anders beweert.

Passen, strijken en de lus terugzetten

Voordat ik de laatste naad afmaak, pas ik de broek binnenstebuiten. De band moet vlak liggen en de zakken mogen niet naar binnen trekken. Zit het goed, dan strijk ik de nieuwe naad plat met stoom en naai ik hem af.

Daarna zet ik de lus middenachter terug, precies op de nieuwe naad, en strijk de band nog één keer na. De broek hangt dan een dag aan de kapstok voor hij de kast in gaat.

Met hard water in Deventer zet ik bij het strijken geen kraanwater in de bout. Kalkaanslag geeft witte vlekken op donkere spijkerstof, en die krijg je er met strijken niet meer uit.

Stap voor stap

  1. Trek eerst de stekker uit de machine en leg het tornmesje en de schaar met de punt van je af voordat je begint.
  2. Pas de broek, knijp de ruimte bij de taille samen en meet op hoeveel er in totaal weg moet.
  3. Deel dat aantal door twee; dat is de breedte die je aan elke kant van de middenachternaad wegneemt.
  4. Torn de middenachternaad over ongeveer 10 cm open en haal de lus middenachter eraf.
  5. Spel de nieuwe naad vast en rijg hem met de hand, met een flauwe boog onderaan.
  6. Pas de broek binnenstebuiten, controleer de band en de zakken, en strijk de naad plat.
  7. Naai de naad af met een spijkerstofnaald, zet de lus terug en strijk de band nog een keer na.

Waar ik stop: Meer dan ongeveer 3 cm uit de band halen laat de zakken en de lussen niet meer kloppen; dan wordt het geen verstelklus meer maar een nieuwe band. Dat breng ik weg naar iemand die dat vak wel heeft geleerd, net zoals een broek waarvan het kruis verkeerd zit. Ik ben geen coupeuse of kleermaker, ik werk in de bibliotheek en vermaak de kleren van mijn gezin. Een broek met een verstevigde band waarin een ritsje zit laat ik ook liggen; daar zit te veel binnenwerk in om zomaar open te tornen.