StartProjectenRepareren › Sokken stoppen zonder dat je het voelt

Sokken stoppen zonder dat je het voelt

In mijn la liggen sokken waarvan de helft een gestopte hak heeft, en als je ze draagt zie je daar niets van. Ik doe dat werk meestal in mijn achterkamertje aan de noordkant, waar het in de winter 15 tot 16 °C is: koud voor mijn voeten, maar gelukkig warm genoeg voor mijn handen. Een sok die je in je schoen niet voelt zitten, is wat mij betreft net zo goed als een nieuwe.

benodigdeen stopnaald met een ruime kop, stopgaren in een tint die dicht bij de sok blijft, een eierdop of iets anders ronds om de sok overheen te spannen, en een kleine schaar
moeilijkheidmakkelijk, maar de eerste twee sokken zien er niet uit; daarna gaat het vanzelf
tijd10 tot 20 minuten per sok, afhankelijk van hoe groot het gat is
stofkatoen, wol of een mengsel; een rekbare sok vraagt een lossere steek dan een stevige katoenen sok
Sokken stoppen zonder dat je het voelt
Een wollen sok over een houten stopmoedertje gespannen, met een stopnaald en een streng bijpassende wol ernaast op een houten tafel.

Waarom een gat in de hak opgespannen moet staan

Leg je een sok plat op tafel en naai je het gat dicht, dan trek je de rand naar elkaar toe. Er ontstaat een harde bobbel precies op de plek waar je hiel in je schoen rust, en dat is de plek die je de hele dag voelt. Ik span de sok daarom altijd eerst over iets ronds: een eierdop, een leeg glazen potje, of gewoon mijn eigen vuist onder de stof. Zo blijft het gat open en rond terwijl ik werk.

Voordat ik een draad aanknoop, kijk ik naar de stof rond het gat. Is die nog stevig en veerkrachtig, dan heeft stoppen zin. Voelt de hele hiel dun en doorschijnend, dan is stoppen uitstel van de volgende reparatie en kan ik net zo goed meteen een nieuwe sok pakken.

Een derde gewoonte: ik stop nooit een natte of net gewassen sok. Vochtige wol rekt uit onder mijn handen, en dan stop ik het gat in een vorm die niet meer klopt als de sok droog is.

De stopsteek: eerst recht, dan heen en weer

De stopsteek is geen knoop en geen lus, maar een klein geweven lapje van draden. Ik zet eerst een rij verticale draden over het gat, heen en weer, telkens een paar millimeter uit elkaar. Daarna rijg ik horizontaal in, om en om onder en over de verticale draden, alsof ik een mandje vlecht. Zo ontstaat een veldje dat ongeveer even dik is als de sok zelf.

Bij een rekbare sok, bijvoorbeeld een katoenen sok met elastiek erin, maak ik de draden losser en zet ik ze iets schuiner. Een rechte, strakke stop in rekbare stof scheurt bij de eerste stap weer open.

Garen en naald kiezen

Een stopnaald heeft een grote kop en een ruim oog. Daardoor rijg je hem makkelijk in en trekt hij de draden niet door de stof. Voor een wollen sok gebruik ik stopgaren dat ongeveer even dik is als het sokgaren zelf. Te dik garen geeft een knobbel onder je hiel, te dun garen slijt binnen de kortste keren door.

Sinds 2019, toen ik een oude klos van de Brink-markt gebruikte die na twee weken knapte, trek ik altijd eerst even aan een stuk garen voor ik begin. Breekt het meteen of voelt het bros, dan gaat de hele klos weg. Dat klinkt streng, maar een stop die het twee dagen houdt is geen reparatie.

Hard water, wol en wassen

Ons water is hier hard, met veel kalk. Dat merk je als je wollen sokken met de hand wast: ze voelen na een tijdje stug aan en het garen wordt dof. Ik spoel ze daarom een extra keer en doe een scheutje azijn in het laatste spoelwater. Het haalt de kalk niet helemaal weg, maar het scheelt wel.

Na het stoppen laat ik een sok eerst een nacht liggen voordat hij de was in gaat. Ik wil zeker weten dat mijn afhechting het trekken en het water overleeft. Gaat de sok daarna toch los, dan weet ik dat het aan mijn steek lag en niet aan de was.

Afhechten zonder knobbels

Aan de buitenkant wil je niets zien, aan de binnenkant wil je niets voelen. Ik hecht af met twee kleine steekjes in de stof naast de stop, niet met een dikke knoop. De draadeinden knip ik op ongeveer 1 cm af, zodat ze niet losraken maar ook niet in de weg zitten.

Wol strijk ik niet na het stoppen. Strijken drukt de vezels plat, de stop wordt hard en valt sneller uit. Ik duw het werkstuk met mijn handen in model en laat het zo drogen, plat op een handdoek.

Een gat in de teen is anders dan een gat in de hak

Een gat in de teen zit precies waar je tenen tegen de stof duwen, dus daar houdt een gewone stop het niet lang. Ik zet daar eerst een paar stevige draden overdwars en werk daarna pas het veldje in. Bij een gat op de wreef, waar de sok het minst rekt, gebruik ik juist een dichtere stop.

Grote gaten aan de onderkant bij de bal van de voet laat ik meestal lopen. Daar zit de sok het dunst, en het gat zit op een plek die je bij elke stap voelt, hoe netjes je ook werkt.

Stap voor stap

  1. Leg eerst je gereedschap klaar: de schaar dicht, de stopnaald met de punt naar beneden in een speldenkussen, en geen losse naalden op tafel.
  2. Trek de sok over een eierdop, een glazen potje of je vuist, zodat het gat open en rond staat.
  3. Knip losse rafels rond het gat voorzichtig weg, maar zorg dat het gat niet groter wordt dan het al is.
  4. Rijg de stopnaald met stopgaren en zet het einde vast aan de binnenkant met twee kleine steekjes.
  5. Zet een rij verticale draden over het gat, heen en weer, met ongeveer 3 mm tussen de draden.
  6. Weef horizontaal in, om en om onder en over de verticale draden, tot het gat gevuld is.
  7. Hecht af aan de binnenkant, knip de draad op 1 cm af en laat de sok een nacht liggen voor hij gewassen wordt.

Waar ik stop: Ik ben geen coupeuse of kleermaker; ik werk in de bibliotheek en stop thuis onze eigen sokken. Wat ik niet doe: een gat dat groter is dan een muntje, of een hiel die over de hele breedte is doorgesleten. Daar begin ik niet aan, want je voelt zo'n stop binnen twee dagen weer zitten en dan heb ik de moeite voor niets gedaan. Een sok met een elastische rand die helemaal is uitgerekt gaat ook gewoon weg. Vragen over huid of allergie: vraag het een arts, niet een naaisite.