StartProjectenVermaken › Een overhemd innemen bij de zijnaden

Een overhemd innemen bij de zijnaden

Een overhemd dat bij de schouders past maar bij de taille wappert, hoef je niet weg te doen. Ik heb er vorige winter drie uit mijn eigen kast aangepakt, op de eettafel bij het raam, terwijl het in mijn achterkamertje maar 15 graden was. Van alle vermaakklusjes is dit degene die ik het vaakst doe, en het is geen hogere wiskunde.

benodigdspelden, tornmesje, rolmaat, garen in de kleur van het overhemd, strijkijzer
moeilijkheidmatig — de zijnaden zijn recht, maar het armsgat en de onderkant vragen aandacht
tijdongeveer een uur per overhemd, plus een half uur strijken en passen
stofkatoen of een katoenmengsel; een overhemd met een splitje onderaan vraagt extra werk
Een overhemd innemen bij de zijnaden
Een lichtblauw overhemd op een houten tafel, met een rolmaat langs de zijnaad.

Eerst kijken waar het te veel zit

Het meeste werk zit in het kijken voordat je iets doet. Trek het overhemd aan, sluit de knopen en laat je armen langs je lijf hangen. Kijk waar de stof loskomt: bij mij is dat bijna altijd een handbreedte bij de taille en bijna niets bij de borst, want een overhemd dat bij de schouders past, is bij de taille zelden goed.

Neem het overhemd daarna uit en leg het plat op tafel met de zijnaden netjes op elkaar. Meet met een rolmaat hoeveel centimeter je aan elke kant kwijt wilt. Bij een overhemd is dat meestal 2 tot 3 cm per zijnaad, en zelden meer dan 4 cm; daarboven gaat het trekken zodra je gaat zitten.

Schrijf het getal op een briefje. Ik doe dat omdat ik anders bij het tweede overhemd ga gokken, en dan zit er verschil tussen de twee, ook al zijn ze even groot in de winkel geweest.

Spelden voor je iets knipt

Speld de nieuwe zijnaad vast met het overhemd binnenstebuiten, van de oksel naar beneden. Begin boven en werk naar de onderkant toe; zo verdeel je het teveel gelijkmatig in plaats van dat je onderaan alles weghaalt en bovenaan niets.

Zet een speld elke 5 cm, dwars op de naad. Bij stevige katoen blijft dat goed zitten. Bij dunne popeline schuift het weg en kun je beter rijgen: dat kost tien minuten extra en bespaart je een hele avond tornen.

Heb je het overhemd net gekocht, was het dan eerst. In 2006 knipte ik een rok uit katoen dat nog niet gewassen was, en na één wasbeurt was hij een maat te klein. Een overhemd van katoen doet precies hetzelfde, en dan helpt geen enkele naad meer.

De zijnaad openmaken en opnieuw stikken

Torn de oude zijnaad open met een tornmesje, van de onderkant tot ongeveer 8 cm onder het armsgat. Laat het laatste stuk onder de arm zitten: daar verandert niets, en openmaken maakt het daar alleen maar rafelig langs de rand.

Stik de nieuwe naad met een naadbreedte van 1 cm, of 1,5 cm als je de naadranden later met een zigzag wilt afwerken. Ik naai met een rechte steek en een steeklengte van 2,5 mm. Bij dunne stof zet ik een kleinere steek in, anders rafelt de katoen langs de naald.

Strijk de nieuwe naad meteen open, met de punt van het strijkijzer tussen de twee naadranden. Op dat moment zie je pas of je recht hebt gestikt of dat de naad onderweg een slinger heeft gemaakt.

Het armsgat en de onderkant

Het armsgat blijft met rust. Wie daar gaat knippen, verpest de vorm van de schouder en houdt een overhemd over dat scheef trekt zodra hij zijn armen optilt. Zit de taille te wijd, dan zit het probleem in de zijnaden en niet in het armsgat, ook al lijkt het daar te beginnen.

De onderkant vraagt wel aandacht. Heb je bij de taille 4 cm weggenomen, dan hoort de onderrand evenveel smaller te worden; anders gaat de zoom scheef lopen en zie je dat van buitenaf meteen. Teken de nieuwe lijn eerst met een krijtje af en knip pas daarna.

Heeft je overhemd onderaan een splitje, dan blijft dat splitje staan en neem je alleen het stuk daarboven in. Het splitje zelf is meestal zo smal dat je er niets aan kunt veranderen zonder het te verpesten.

Passen, strijken, nog een keer passen

Pas het overhemd nog één keer met de nieuwe naden erin, en ga even zitten. Zit het bij de heupen te strak, dan heb je te veel weggenomen en moet de naad er weer uit. Dat overkomt mij nog ongeveer één keer per jaar, meestal bij een overhemd dat ik al eerder had ingenomen en waar ik te veel vertrouwen in had.

Strijk het overhemd daarna in vorm en hang het een dag uit voor je het draagt. Katoen zakt op de hanger; wat op tafel strak leek, valt dan vaak net goed.

Stap voor stap

  1. Trek de stekker van de naaimachine uit het stopcontact en leg het tornmesje met het puntje van je af op tafel.
  2. Trek het overhemd aan, sluit de knopen en kijk in de spiegel waar de stof loskomt.
  3. Meet met een rolmaat hoeveel centimeter je per zijnaad kwijt wilt en schrijf het getal op.
  4. Keer het overhemd binnenstebuiten en speld de nieuwe zijnaad vast, van de oksel naar beneden, elke 5 cm een speld.
  5. Pas het overhemd met de spelden erin en controleer of het niet trekt als je zit en je armen optilt.
  6. Torn de oude zijnaad open tot 8 cm onder het armsgat en laat de rest van de naad zitten.
  7. Stik de nieuwe naad en strijk hem direct open met de punt van het strijkijzer.
  8. Knip de onderrand op de nieuwe breedte, werk de naadranden af en pas nog een laatste keer.

Waar ik stop: Ik stop bij een overhemd met een schouderpas, en bij mouwen die in het armsgat zijn ingezet; daar blijf ik van af. Moet er meer dan 4 cm per zijnaad uit, of zijn de schouders zelf te breed, dan gaat het naar de kleermaker, want dat is knippen in de schouder en niet meer innemen. Ik ben geen coupeuse of kleermaker: ik werk in de bibliotheek en naai thuis, aan mijn eigen kast en die van mijn gezin. Wat ik niet netjes recht krijg, doe ik niet.