StartProjectenRepareren › Een opengebarsten naad weer dichtmaken

Een opengebarsten naad weer dichtmaken

Mijn eerste oplossing voor een opengebarsten naad was er met de machine gewoon overheen stikken. Daarmee maakte ik het erger: de stof kreukelde en de naad scheurde naast de oude gaatjes opnieuw open. Ik doe dit werk nu bij het raam van mijn achterkamertje, ook in januari, met een trui aan en de thee binnen handbereik.

benodigdtornmesje, spelden, garen in de kleur van de stof, een fijne naald, strijkijzer
moeilijkheidmakkelijk tot matig — het is meer geduld dan techniek
tijd15 tot 30 minuten, afhankelijk van hoe lang de naad is
stofkatoen, linnen of een stevige mengstof; bij heel dunne stof houd ik eerder op
Een opengebarsten naad weer dichtmaken
Een open naad in beige katoen op een houten tafel, met een tornmesje ernaast.

Waarom er zomaar overheen stikken niet werkt

Ik merk het verschil goed bij de naden onderaan een mouw, waar je elleboog steeds langs schuift. Daar is de stof na een paar jaar zo dun dat de naad het eerder begeeft dan de rest van het kledingstuk.

Een naad die openscheurt, doet dat omdat de stof langs de naaldgaatjes is doorgesleten. De draad is niet per se kapot; de stof rondom de draad is dun geworden. Stik je daaroverheen, dan komt de nieuwe naad in precies hetzelfde zwakke stuk te liggen en scheurt hij binnen een paar dagen weer open.

Er komt nog iets bij. Over een oude naad heen stikken duwt de twee stofranden scheef, en dat geeft die kreukelige rand langs de naad die je er nooit meer glad uit strijkt.

De werkwijze die wel houdt, is simpeler: eerst schoonmaken, dan opnieuw. Langzaam, maar één keer goed.

Garen testen voor je begint

Gebruik garen dat bij de stof past en in dezelfde kleur, en test het voordat je iets vastzet. Trek een stuk van 20 cm met twee handen uit elkaar. Breekt het meteen, dan is het klosje te oud of te droog; neem dan een nieuw.

In 2019 gebruikte ik een oud klosje van de markt voor de hengsels van een canvas tas. Twee weken later knapte het draad en lag het hengsel op de grond. Sindsdien trek ik elk klosje eerst even uit en gooi ik weg wat bros aanvoelt.

Voor een katoenen of linnen naad gebruik ik garen in dezelfde dikte als de stof. Bij heel dunne stof neem ik fijner garen, want dik garen trekt daar nieuwe gaatjes in langs de naad.

Van de binnenkant werken

Keer het kledingstuk binnenstebuiten voordat je iets doet. De binnenkant laat zien waar de naad hoorde te lopen en hoe breed hij was. Torn daarna de losse draden aan beide zijden weg, met een tornmesje, tot je alleen hele stof overhoudt.

Schud de stof uit boven de prullenbak. Kleine draadjes blijven anders tussen de naad zitten en zorgen voor bultjes die je aan de buitenkant terugziet.

Leg de twee randen weer op elkaar met de goede kanten op elkaar, precies zoals de oorspronkelijke naad liep. Speld elke 5 cm vast, dwars op de naad, en trek de stof niet strak.

Met de hand of met de machine

Bij een korte naad in dikke stof pak ik een naald en naai ik met de hand, in een achtersteek zodat de steek niet losloopt. Bij een lange rechte naad in katoen gaat de machine erin, met een rechte steek en dezelfde naadbreedte als het origineel.

Blijf bij de oude naadlijn, ook al is de stof daar dun. Verleg je de naad een millimeter, dan zie je aan de buitenkant de oude naaldgaatjes nog zitten en blijft het er uitzien als een reparatie.

Strijk de naad daarna open. Dat strijken is geen extraatje; zonder strijken blijft de naad scheef staan en zie je hem van buitenaf.

Wat je ook kiest, houd de spanning gelijk. Bij de hand betekent dat je de stof vlak houdt en niet aan de draad trekt; bij de machine laat je de transporteur het werk doen en duw je niets. Trek je aan de stof, dan wordt de naad golvend en zie je dat later terug als een ribbel langs de hele naad.

Naden die je niet meer kunt redden

Soms is niet de naad kapot maar de stof eromheen. Als de stof zo dun is dat je hem tegen het licht kunt houden, of als er een scheur in het midden van het pand zit en niet langs een naad, dan houdt opnieuw stikken het niet. Daar hoort een stuk stof achter of onder, en dat is ander werk.

Bij een naad op de schuine draad, denk aan een wijd vallende rok, is de spanning anders. Daar gebruik ik een kleinere steek en een iets bredere naad, en ik zet de twee uiteinden apart vast zodat het midden niet gaat trekken.

Stap voor stap

  1. Leg het tornmesje met het scherpe puntje van je af op tafel en steek losse naalden in het speldenkussen voor je begint.
  2. Keer het kledingstuk binnenstebuiten en bekijk hoe lang de gescheurde naad is en hoe breed hij was.
  3. Torn de losse draden langs beide zijden van de naad weg tot je alleen hele stof overhoudt.
  4. Test het garen door een stuk van 20 cm uit elkaar te trekken; bros garen gaat weg.
  5. Leg de stofranden met de goede kanten op elkaar en speld elke 5 cm vast langs de oude naadlijn.
  6. Naai de naad met de hand in een achtersteek of met de machine in een rechte steek, precies op de oude lijn.
  7. Strijk de naad open met de punt van het strijkijzer tussen de twee randen.
  8. Kijk aan de buitenkant of de oude naaldgaatjes nog te zien zijn; zo ja, dan zit de nieuwe naad scheef.

Waar ik stop: Ik houd op bij een scheur die midden in een pand zit, of bij stof die zo dun is dat ik hem tegen het licht kan zien. Ook een naad op de schuine draad in een nette wollen rok laat ik liggen, want daar komt het op een millimeter aan. Ik ben geen coupeuse of kleermaker: ik werk in de bibliotheek en naai thuis, aan mijn eigen kast en die van mijn gezin. Wat ik niet recht krijg, breng ik weg.