Start › Projecten › Vermaken › Mouwen inkorten met behoud van de manchet
Mouwen inkorten met behoud van de manchet
Mijn man heeft een overhemd dat al jaren in de kast blijft hangen omdat de mouwen vijf centimeter te lang zijn. Op een zaterdagmiddag heb ik het op de keukentafel gelegd en de machine naar het achterkamertje gedragen, waar het in de winter 15 °C is en ik eerst een uur de verwarming aanzet voordat ik ga zitten. Dit is hoe ik mouwen inkort zonder de manchet te verliezen, want de manchet is bijna altijd het enige lastige aan het hele klusje.
Meten van schoudernaad tot manchet, niet vanaf de rand
Leg het overhemd met de voorkant naar beneden op tafel en strijk een mouw helemaal vlak. Meet met de rolmaat van de schoudernaad naar beneden langs de bovenkant van de mouw, tot waar je de manchet wilt hebben. Ik meet altijd beide mouwen apart, want een overhemd is zelden precies symmetrisch; een halve centimeter verschil zie je meteen als je het draagt.
Schrijf de maat op een papiertje en reken uit hoeveel er af moet: de nieuwe mouwlengte min de hoogte van de manchet is wat je uit de mouw haalt. Kom je onder de 2 cm uit, dan wordt het priegelen en kun je de manchet beter laten zitten zoals hij zit. Ik heb ooit bij een overhemd met korte manchetten geprobeerd er nog een centimeter af te halen, en dat kostte me een middag voor een resultaat dat ik niet mooi vond.
De manchet eraf tornen, niet eraf knippen
Met het tornmesje maak ik de steken los waarmee de manchet aan de mouw zit, aan de binnenkant van de mouw en niet aan de buitenkant. Je houdt de stof tussen duim en wijsvinger en laat het mesje over de draadjes glijden, zonder te drukken. Knippen lijkt sneller, maar dan verlies je precies de naadruimte die je straks nodig hebt om de manchet weer vast te zetten.
Bewaar de manchet met de opening aan de kant waar hij zat. Welke kant de bovenkant is, zie je aan de knoop en het knoopsgat. Leg hem zo neer dat je hem niet per ongeluk omgekeerd terugzet, want een manchet ondersteboven valt aan de buitenkant direct op en dan mag je weer tornen.
Zit er een splitje met een knoopje vlak boven de manchet, dan laat ik dat met rust. Ik knip nooit door zo'n splitje heen; dat is het punt waarop ik het overhemd wegleg en er iets anders mee doe.
De mouw korter maken en de naad weer sluiten
Meet vanaf de onderkant van de losse mouw de hoeveelheid af die eraf moet, plus 1 cm naadruimte. Teken met een krijtje een rechte lijn haaks op de mouwnaad en knip op die lijn. Controleer voor het knippen of de lijn echt haaks staat; een scheve knip zie je later terug aan de manchet.
Speld de manchet weer op de mouw, met de goede kanten op elkaar, en rijg hem met een lange rijgsteek vast. Het rijgen kost vijf minuten en houdt de manchet precies op zijn plek onder de naald. Stik daarna met een naad van 1 cm, en probeer precies over de oude gaatjes van de vorige naad te stikken als dat lukt.
Naai rustig en houd de stof onder de naald licht gespannen, zodat er geen rimpels ontstaan. Ga je te snel, dan trekt de fijne overhemdpopeline samen en krijg je een randje dat je er met strijken niet meer uit krijgt.
Strijken tussen elke stap
Ik strijk na het lossnijden, en nog een keer als de manchet er weer op zit. Een naad die je niet strijkt blijft dik en scheef zitten, en dan zie je aan de buitenkant dat de mouw is ingekort. De strijkbout staat bij mij naast de machine op het kleine strijkplankje, dus dat kost geen extra moeite.
Strijk de naadruimte naar de kant van de manchet en strijk de zoom van de manchet zelf nog even na. Zo blijft het geheel plat onder de naald liggen en hoef je tijdens het stikken niet te trekken en te duwen.
Werk je met een strijkbout die last heeft van kalkaanslag, dan zie je dat als witte vlekken op donkere stof. In Deventer is het water hard; ik ontkalk mijn bout daarom regelmatig en gebruik voor donkere stoffen een dunne doek tussen de bout en het overhemd.
Controleer de binnenkant voordat je de tweede mouw doet
Keer de mouw binnenstebuiten en kijk naar de naad die je net hebt gemaakt. Zitten er plooitjes, is de manchet scheef vastgezet of zie je losse draadjes, dan torn je het nu nog los en doe je het opnieuw. Ik werk altijd één mouw helemaal af en pas hem, voordat ik aan de tweede begin.
Ben je tevreden, dan doe je de tweede mouw op precies dezelfde manier, met dezelfde maten erbij. Pas daarna het overhemd en kijk of beide manchetten op dezelfde hoogte zitten. “Gewoon doen, en dan nog een keer.”
Stap voor stap
- Zet de machine uit en haal de stekker uit het stopcontact; leg het tornmesje met de punt naar beneden en schuif de schaar dicht.
- Leg het overhemd vlak en meet de mouwlengte van schoudernaad tot manchet, op beide mouwen apart.
- Torn de manchet voorzichtig los met het tornmesje, aan de binnenkant van de mouw, zonder te drukken.
- Knip de mouw korter op de afgetekende lijn, plus 1 cm naadruimte erbij.
- Speld en rijg de manchet weer op de mouw, met de goede kanten op elkaar.
- Stik de naad met 1 cm naadbreedte en strijk de naadruimte naar de manchet toe.
- Keer de mouw binnenstebuiten, controleer de naad op plooitjes en pas het overhemd.
- Doe de tweede mouw op dezelfde manier en strijk beide manchetten nog eens na.
Waar ik stop: Ik doe dit tot en met een overhemd of een simpele blouse met een vast manchet. Zodra er een gevoerde mouw, een splitje met knoopjes of een schuine manchet in het spel is, wordt het coupewerk en dat laat ik liggen. Ik ben geen coupeuse of kleermaker, ik werk in de bibliotheek en naai thuis aan mijn eigen kast en die van mijn gezin; alles wat ik niet kan, schrijf ik niet op. Vragen over huid of allergie: vraag het een arts, niet een naaisite.